BijbelJesaja

Jesaja 22

Lees Jesaja 22 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

Profetie dat het Joodse land door de Assyriers overheerst en verwoest zou worden. De benauwdheid die daaruit ontstaat, vers 1, 2 enzovoort. Hoe de Assyriers in het Joodse land zouden huishouden, 5 enzovoort. Wat de Joden zouden doen, 9. Waarom God hen zo zou straffen, 12. Sebna wordt bestraft en bedreigd vanwege zijn hoogmoed, 15. Eljakim wordt in zijn plaats gesteld, 20, wiens heerlijkheid wordt beschreven, 21 enzovoort.

1De last van het dal van het visioen. Wat is u nu, dat u allemaal op de daken klimt?

2U, die vol van groot geluid was, u woelige stad, u, vrolijk huppelende stad, Uw verslagenen zijn niet verslagen met het zwaard, noch gestorven in de strijd.

3Al uw oversten zijn samen weggevlucht; zij zijn van de schutters gebonden, allen, die in u gevonden zijn, zijn samengebonden, zij zijn van verre gevlucht.

4Daarom zeg ik: Wend het gezicht van mij af; laat mij bitter huilen; dring niet aan, om mij te troosten over de verstoring van de dochters van mijn volk.

5Want het is een dag van beroering, en van vertreding, en van verwarring van de Heere, JAHWEH van de legermachten, in het dal van het visioen, een dag van ontmuring van de muur, en van geschreeuw naar het gebergte toe.

6Want Elam heeft de pijlkoker genomen, de man is op de wagen, er zijn ruiters; en Kir ontbloot het schild.

7En het zal gebeuren, dat uw uitgelezen dalen vol wagens zullen zijn, en dat de ruiters zich zeker zullen zetten ter poorten aan.

8En hij zal het deksel van Juda ontdekken; en op die dag zult u zien naar de wapens in het huis van het woud.

9En u zult bekijken de scheuren van de stad van David, omdat zij vele zijn; en u zult de wateren van de onderste vijvers verzamelen.

10U zult ook de huizen van Jeruzalem tellen; en u zult huizen afbreken, om de muren te bevestigen.

11Ook zult u een gracht maken tussen beide de muren, voor de wateren van de oude vijver; maar u zult niet omhoog zien op Die, Die dat gedaan heeft, noch beschouwen Die, Die dat van verre tijden gevormd heeft.

12En op die dag zal de Heere, JAHWEH van de legermachten, roepen tot geween, en tot klaagzang, en tot kaalheid, en tot omgording van de zak.

13Maar ziet, er is vreugde en blijdschap met runderen te doden, en schapen te kelen, vlees te eten, en wijn te drinken, en te zeggen: Laat ons eten en drinken, want morgen zullen wij sterven.

14Maar JAHWEH van de legermachten heeft Zich voor mijn oren geopenbaard, zeggende: Als u deze ongerechtigheid verzoend wordt, totdat u sterft! zegt de Heere, JAHWEH van de legermachten.

15Zo zegt de Heere, JAHWEH van de legermachten: Ga heen, ga in tot die schatmeester, tot Sebna, de hofmeester, en spreek:

16Wat hebt u hier, of wie hebt u hier, dat u zich hier een graf uitgehouwen hebt als die zijn graf in de hoogte uithouwt, die een woning voor zich op een rotssteen laat aftekenen?

17Zie, JAHWEH zal u wegwerpen met een mannelijke wegwerping, en Hij zal u geheel overdekken.

18Hij zal u zeker voortrollen, gelijk men een bal rolt, in een land, wijd van begrip; daar zult u sterven, en daar zullen uw heerlijke wagens zijn, o u schandvlek van het huis van uw heren!

19En Ik zal u afstoten van uw staat, en van uw stand zal Hij u verstoren.

20En het zal op die dag gebeuren, dat Ik Mijn knecht, Eljakim, de zoon van Hilkia, roepen zal.

21En Ik zal hem met uw rok bekleden, en Ik zal hem met uw gordel sterken, en uw heerschappij zal Ik in zijn hand geven; en hij zal de inwoners te Jeruzalem en het huis van Juda tot een vader zijn.

22En Ik zal de sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen; en hij zal opendoen, en niemand zal sluiten, en hij zal sluiten, en niemand zal opendoen.

23En Ik zal hem als een nagel inslaan in een vaste plaats; en hij zal wezen tot een stoel van de eer voor het huis van zijn vader.

24En men zal aan hem hangen alle heerlijkheid van het huis van zijn vader, van de uitspruitelingen en van de afkomelingen, ook alle kleine voorwerpen, van de voorwerpen van de bekers af, zelfs tot al de voorwerpen van de flessen.

25Te die dage, spreekt JAHWEH van de legermachten, zal die nagel, die aan een vaste plaats gestoken was, weggenomen worden; en hij zal afgehouwen worden, en hij zal vallen, en de last, die daaraan is, zal afgesneden worden; want JAHWEH heeft het gesproken.