BijbelJesaja

Jesaja 23

Lees Jesaja 23 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

Profetie van de verwoesting van de stad Tyrus, vers 1 enzovoort, dat de Heere die zou verwoesten, 8, en wel vanwege haar praal, 9. Hij wijst ook aan hoelang deze verdrukking van de Tyriers zou duren, 15, hun heropkomst, 17, en hun bekering tot Christus, 18.

1De last van Tyrus. Huil, u schepen van Tarsis! want zij is verwoest, dat er geen huis meer is, dat niemand er meer ingaat; uit het land Chittim is het aan hen openbaar geworden.

2Zwijg, u inwoners van het eiland! u, die de kooplieden van Sidon, over zee varende, vervulden,

3En wiens inkomst was het zaad van Sichor over de grote wateren, de oogst van de rivier; en zij was de markt van de heidenen.

4Word beschaamd, o Sidon! want de zee spreekt, ja, de sterkte van de zee, zeggende: Ik heb geen barensnood gehad, ik heb ook niet gebaard, en ik heb geen jongemannen groot gemaakt, en geen meisjes opgebracht.

5Zoals geweest is de tijding van Egypte, zal men ook in smart zijn, als men van Tyrus horen zal.

6Vaar over naar Tarsis, huil, u inwoners van het eiland!

7Is dit uw vrolijk huppelende stad? waarvan de oudheid wel van oude dagen af is; maar haar eigen voeten zullen haar verre wegdragen, om als vreemdeling te verkeren.

8Wie heeft dit beraadslaagd over Tyrus, die kronende stad, waarvan de kooplieden vorsten zijn, waarvan de handelaars de heerlijkste in het land zijn?

9JAHWEH van de legermachten heeft het beraadslaagd, opdat Hij ontheilige de hoogmoed van alle sieraad, om al de heerlijksten van de aarde verachtelijk te maken.

10Ga door naar uw land, als een rivier, u dochter van Tarsis! er is geen gordel meer.

11Hij heeft Zijn hand uitgestrekt over de zee, Hij heeft de koninkrijken beroerd; JAHWEH heeft bevel gegeven tegen Kanaän, om haar vestingen te vernietigen.

12En Hij heeft gezegd: U zult niet meer vrolijk huppelen, o u verdrukte maagd, u dochter van Sidon! Naar Chittim toe, maak u op, vaar over; ook zult u daar geen rust hebben.

13Zie, het land van de Chaldeeën; dit volk was er niet; Assur heeft het gefundeerd voor degenen, die in de wildernissen woonden; zij richtten hun vestingen op, en bouwden hun paleizen, maar Hij heeft het tot een vervallen hoop gesteld.

14Huil, u schepen van Tarsis! want uw vesting is verstoord.

15En het zal gebeuren op die dag, dat Tyrus zal vergeten worden zeventig jaren, zoals de dagen van een koning; maar na verloop van zeventig jaren zal in Tyrus als een hoerenlied zijn:

16Neem de harp, ga in de stad rondom, u vergeten hoer! speel wel, zing veel liederen, opdat aan u gedacht wordt!

17Want het zal gebeuren na verloop van zeventig jaren, dat JAHWEH Tyrus zal bezoeken, en dat zij terugkeren zal tot haar hoerenloon, en zij zal hoererij bedrijven met alle koninkrijken van de aarde, die op de aardbodem zijn.

18En haar koophandel en haar hoerenloon zal voor JAHWEH heilig zijn, het zal niet ten schat verzameld noch opgesloten worden; maar haar koophandel zal wezen voor hen, die voor JAHWEH wonen, opdat zij eten tot verzadiging, en dat zij durig deksel hebben.