Jesaja 27
Lees Jesaja 27 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Verwoesting van de vijanden van Gods kerk, vers 1, en dat Hij zijn volk zou beschutten en zegenen, 2 enzovoort, als zij zouden ophouden met zondigen, 9. Hierbij voegt de profeet een dreiging betreffende de verwoesting van Jeruzalem, 10, en de terugkeer van sommige Joden uit de landen waarin zij verstrooid waren, 13.
1Te die dage zal JAHWEH met Zijn hard, en groot, en sterk zwaard bezoeken de Leviathan, de langwemelende slang, ja, de Leviathan, de kromme slomme slang; en Hij zal de draak, die in de zee is, doden.
2Te die dage zal er een wijngaard van roden wijn zijn; zing daarvan bij beurte.
3Ik, JAHWEH, behoede die, alle ogenblik zal Ik hem bevochtigen; opdat de vijand hem niet bezoeke, zal Ik hem bewaren nacht en dag.
4Woede is bij Mij niet; wie zou Mij als een doorn en distel in oorlog stellen, dat Ik tegen hem zou aanvallen, en hem te gelijk verbranden zou?
5Of hij moest Mijn sterkte aangrijpen, hij zal vrede met Mij maken; vrede zal hij met Mij maken.
6In het toekomende zal Jakob wortels schieten, Israël zal bloeien en groeien; en zij zullen de wereld met inkomsten vervullen.
7Heeft Hij hem geslagen, zoals Hij die geslagen heeft, die hem sloeg? Is hij gedood, gelijk zijn gedoden gedood zijn geworden?
8Met mate hebt U met hem getwist, wanneer U hem wegstiet; als Hij hem wegnam door Zijn harden wind, in de dag van de oostenwind.
9Daarom zal daardoor de ongerechtigheid van Jakob verzoend worden, en dit is de hele vrucht, dat Hij zijn zonde zal wegdoen, wanneer Hij al de stenen van het altaar maken zal als verstrooide kalkstenen, de bossen en de zonnebeelden zullen niet bestaan.
10Want de versterkte stad zal eenzaam, de woonstede zal verstoten en verlaten worden, zoals een woestijn; daar zullen de kalveren weiden, en daar zullen zij neerliggen, en zullen haar takken verslinden.
11Als haar takken verdord zullen zijn, zullen zij afgebroken worden, en de vrouwen, komende, zullen ze aansteken; want het is geen volk van enig verstand; daarom zal Hij, Die het gemaakt heeft, Zich erover niet ontfermen, en Die het gevormd heeft, zal het geen genade bewijzen.
12En het zal op die dag gebeuren, dat JAHWEH dorsen zal, van de stroom van de rivier af tot aan de rivier van Egypte; maar u zult opgelezen worden, één bij één, o u Israëlieten!
13En het zal op die dag gebeuren, dat er met een grote bazuin geblazen zal worden; dan zullen die komen, die in het land van Assur verloren zijn, en de heengedrevenen in het land van Egypte; en zij zullen JAHWEH aanbidden op de heilige berg te Jeruzalem.