BijbelJesaja

Jesaja 31

Lees Jesaja 31 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

Wee over de Joden die hulp gingen zoeken in Egypte en God de Heere niet zochten, vers 1. De Heere belooft dat Hij Jeruzalem zal beschutten, 4, als zij zich tot Hem zouden bekeren, 6, en dat Hij Assur zal verslaan en op de vlucht zal brengen, 7.

1Wee degenen, die in Egypte om hulp aftrekken, en steunen op paarden, en vertrouwen op wagens, omdat er vele zijn, en op ruiters, omdat die zeer machtig zijn; en zien niet op de Heilige van Israël, en zoeken JAHWEH niet.

2Toch is Hij ook wijs, en Hij doet het kwaad komen, en trekt Zijn woorden niet terug; maar Hij zal Zich opmaken tegen het huis van de boosdoeners, en tegen de hulp van degenen, die ongerechtigheid werken.

3Want de Egyptenaren zijn mensen, en geen God, en hun paarden zijn vlees, en geen geest; en JAHWEH zal Zijn hand uitstrekken, dat de helper struikelen zal, en die geholpen wordt, zal neervallen, en zij zullen al samen te niet komen.

4Want zo heeft JAHWEH tot mij gezegd: Gelijk als een leeuw, en een jonge leeuw over zijn roof brult, wanneer ook een volle menigte van de herders samengeroepen wordt tegen hem, verschrikt hij voor hun stem niet, en vernedert zich niet vanwege hun veelheid; zo zal JAHWEH van de legermachten neerdalen, om te strijden voor de berg van Sion en voor haar heuvel.

5Gelijk vliegende vogels, zo zal JAHWEH van de legermachten Jeruzalem beschutten, beschuttende zal Hij haar ook verlossen, doorgaande zal Hij haar ook uithelpen.

6Bekeer u tot Hem, van Wie de Israëlieten diep afgeweken zijn.

7Want op die dag zullen zij verwerpen, een ieder zijn zilveren afgoden en zijn gouden afgoden, die u uw handen tot zonde gemaakt hadden;

8En Assur zal vallen door het zwaard, niet van een man, en het zwaard, niet van een mens, zal hem verteren; en hij zal voor het zwaard vluchten, en zijn jongemannen zullen versmelten.

9En hij zal van vrees doorgaan naar zijn rotssteen, en zijn vorsten zullen voor de banier verschrikken, spreekt JAHWEH, die te Sion vuur, en te Jeruzalem een oven heeft.