BijbelJesaja

Jesaja 54

Lees Jesaja 54 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

Weldaden die de Heere de kerk van het Nieuwe Testament zou bewijzen, en de voorzegging dat Hij haar zeer zou vermeerderen, vers 1 enzovoort, terwijl Hij haar als zijn geliefde vrouw met eeuwige genade omhelst, 5, en haar uitnemend met de gaven van de Heilige Geest versiert, 11. En dat Hij haar tegen haar vijanden zou beschutten, 14. Het is God die alles regeert, 16, ten beste van zijn uitverkorenen, 17.

1Zing vrolijk, u onvruchtbare, die niet gebaard hebt! maak geschal met vrolijk gezang, en juich, die geen barensnood gehad hebt! want de kinderen van de eenzame zijn meer, dan de kinderen van de getrouwde, zegt JAHWEH.

2Maak de plaats van uw tenten wijd, en dat men de gordijnen van uw woningen uitbreide, verhinder het niet; maak uw koorden lang, en steek uw pinnen vast in.

3Want u zult uitbreken ter rechterhand en ter linkerhand; en uw zaad zal de heidenen erven, en zij zullen de verwoeste steden doen bewonen.

4Vrees niet, want u zult niet beschaamd worden, en word niet schaamrood, want u zult niet te schande worden; maar u zult de schaamte van uw jeugd vergeten, en de smaad van uw weduwschap zult u niet meer gedenken.

5Want uw Maker is uw Man, JAHWEH van de legermachten is Zijn Naam; en de Heilige van Israël is uw Verlosser; Hij zal de God van de hele aardbodem genoemd worden.

6Want JAHWEH heeft u geroepen, als een verlaten vrouw en bedroefde van geest; toch bent u de huisvrouw van de jeugd, hoewel u versmaad bent geweest, zegt uw God.

7Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten; maar met grote ontfermingen zal Ik u verzamelen.

8In een kleine toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij over u ontfermen, zegt JAHWEH, uw Verlosser.

9Want dat zal Mij zijn als de wateren van Noach, toen Ik zwoer, dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden gaan; zo heb Ik gezworen, dat Ik niet meer op u toornen, noch u bestraffen zal.

10Want bergen zullen wijken, en heuvelen wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond van Mijn vrede zal niet wankelen, zegt JAHWEH, uw Ontfermer.

11U verdrukte, door onweer voortgedrevene, ongetrooste! zie, Ik zal uw stenen geheel sierlijk leggen, en Ik zal u op saffieren grondvesten.

12En uw glasvensters zal Ik kristallijnen maken, en uw poorten van robijnstenen, en uw hele gebied van aangename stenen.

13En al uw kinderen zullen van JAHWEH geleerd zijn, en de vrede van uw kinderen zal groot zijn.

14U zult door gerechtigheid bevestigd worden; wees verre van verdrukking, want u zult niet vrezen; en verre van verschrikking, want zij zal tot u niet naken.

15Zie, zij zullen zich zeker verzamelen, maar niet uit Mij; wie zich tegen u verzamelen zal, die zal om uwentwil vallen.

16Zie, Ik heb de smid geschapen, die de kolen in het vuur opblaast, en die het instrument voortbrengt tot zijn werk; ook heb Ik de verderver geschapen, om te vernielen.

17Alle instrument, dat tegen u bereid wordt, zal niet gelukken, en alle tong, die in het gericht tegen u opstaat, zult u verdoemen; dit is de erfenis van de knechten van JAHWEH, en hun gerechtigheid is uit Mij, spreekt JAHWEH.