Jesaja 55
Lees Jesaja 55 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Christus nodigt allen die terneergeslagen van hart zijn uit tot het genieten van zijn weldaden, vers 1. God de Vader getuigt waartoe Hij Christus gezonden heeft, 4, namelijk om de heidenen te roepen, 5. Wat het ambt van alle bekeerden is, 6. God belooft dat Hij hun zijn genade en zegen rijkelijk wil geven, 10, tot verheuging van alle schepselen, 12.
1O alle dorstigen! kom tot de wateren, en u, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk!
2Waarom weegt u geld uit voor wat geen brood is, en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan? Hoor aandachtig naar Mij, en eet het goede, en laat uw ziel in vettigheid zich verheugen.
3Neig uw oor, en komt tot Mij, hoort en uw ziel zal leven; want Ik zal met u een eeuwig verbond maken, en u geven de gewisse goedertierenheden van David.
4Zie, Ik heb hem tot een getuige van de volken gegeven, een vorst en gebieder van de volken.
5Zie, u zult een volk roepen, dat u niet kende, en het volk, dat u niet kende, zal tot u lopen, omwille van JAHWEH, uw God, en omwille van de Heilige van Israël, want Hij heeft u verheerlijkt.
6Zoek JAHWEH, terwijl Hij te vinden is; roep Hem aan, terwijl Hij nabij is.
7De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot JAHWEH, zo zal Hij Zich over hem ontfermen, en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldig.
8Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt JAHWEH.
9Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan uw gedachten.
10Want gelijk de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt, en daarheen niet terugkeert; maar doorvochtigt de aarde, en maakt, dat zij voortbrenge en uitspruite, en zaad geve aan de zaaier, en brood aan de eter;
11Zo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet leeg tot Mij terugkeren; maar het zal doen, wat Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in wat, waartoe Ik het zend.
12Want in blijdschap zult u uittrekken, en met vrede voortgeleid worden; de bergen en heuvelen zullen geschal maken met vrolijk gezang voor uw aangezicht, en alle bomen van het veld zullen de handen samenklappen.
13Voor een doorn zal een denneboom opgaan, voor een distel zal een mirteboom opgaan; en het zal voor JAHWEH wezen tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet uitgeroeid zal worden.