Jesaja 58
Lees Jesaja 58 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
De Heere beveelt de profeet dat hij de Joden hun huichelarij, in het bijzonder in het vasten, zou verwijten, vers 1 enzovoort, en hun zou leren wat een waar vasten is, dat Hij verlangt, 6, terwijl Hij hun die Hem in oprechtheid van hart dienen en de boosheid afleggen, in het bijzonder zij die zijn sabbatten oprecht onderhouden, alle welvaart en zegen belooft, 8 enzovoort.
1Roep uit de keel, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding, en het huis van Jakob hun zonden.
2Hoewel zij Mij dagelijks zoeken, en een lust hebben aan de kennis van Mijn wegen, als een volk, dat gerechtigheid doet en het recht van zijn God niet verlaat, vragen zij Mij naar de rechten van de gerechtigheid; zij hebben een lust tot God te naderen;
3Zeggende: Waarom vasten wij, en U ziet het niet aan, waarom kwellen wij onze ziel, en U weet het niet? Zie, op de dag wanneer u vast, zo vindt u uw lust, en u eist streng al uw arbeid.
4Zie, tot twist en ruzie vast u, en om goddeloos met de vuist te slaan; vast niet gelijk vandaag, om uw stem te doen horen in de hoogte.
5Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle, dat hij zijn hoofd kromme gelijk een bieze, en een zak en as onder zich spreide? Zou u dat een vasten heten, en een dag voor JAHWEH aangenaam?
6Is niet dit het vasten, dat Ik verkies: dat u losmaakt de knopen van de goddeloosheid, dat u ontdoet de banden van het juk, en dat u vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt?
7Is het niet, dat u de hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als u een naakte ziet, dat u hem dekt, en dat u zich voor uw vlees niet verbergt?
8Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snel uitspruiten; en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid van JAHWEH zal uw achtertocht wezen.
9Dan zult u roepen, en JAHWEH zal antwoorden; u zult schreeuwen, en Hij zal zeggen: Zie, hier ben Ik. Zo u uit het midden van u wegdoet het juk, het uitsteken van de vinger, en het spreken van de ongerechtigheid;
10En zo u uw ziel opent voor de hongerige, en de bedrukte ziel verzadigt; dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid zal zijn als de middag.
11En JAHWEH zal u steeds leiden, en Hij zal uw ziel verzadigen in grote droogten, en uw beenderen krachtig maken; en u zult zijn als een gewaterde hof, en als een springader van de wateren, waarvan de wateren niet ontbreken.
12En die uit u voortkomen, zullen bouwen de oude verwoeste plaatsen; de fundamenten, van geslacht tot geslacht verwoest, zult u oprichten; en u zult genaamd worden: Die de bressen toemuurt, die de paden weer opmaakt, om te bewonen.
13Als u uw voet van de sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heilige dag; en als u de sabbat noemt een verlustiging, opdat JAHWEH geheiligd wordt, Die te eren is; en als u die eert, dat u uw wegen niet doet, en uw eigen lust niet vindt, noch één woord daarvan spreekt;
14Dan zult u zich verheugen in JAHWEH, en Ik zal u doen rijden op de hoogten van de aarde, en Ik zal u spijzigen met de erfenis van uw vader Jakob; want de mond van JAHWEH heeft het gesproken.