Jesaja 62
Lees Jesaja 62 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
De profeet voorzegt de gelukkige en heerlijke toestand van de christelijke kerk, vers 1 enzovoort, die door Christus getrouwd zal worden, 4, en Hij zal haar van trouwe wachters voorzien, 6, en haar rust en vrede geven, 8, en haar door de bekering van de heidenen vermeerderen, 10.
1Omwille van Sion zal ik niet zwijgen, en omwille van Jeruzalem zal ik niet stil zijn; totdat haar gerechtigheid voortkome als een glans, en haar heil als een fakkel, die brandt.
2En de heidenen zullen uw gerechtigheid zien, en alle koningen uw heerlijkheid; en u zult met een nieuwe naam genoemd worden, die de mond van JAHWEH uitdrukkelijk noemen zal.
3En u zult een sierlijke kroon zijn in de hand van JAHWEH, en een kroon in de hand van uw God.
4Tot u zal niet meer gezegd worden: De verlatene, en tot uw land zal niet meer gezegd worden: Het verwoeste; maar u zult genoemd worden: Mijn lust is aan haar! en uw land: Het getrouwde; want JAHWEH heeft een lust aan u, en uw land zal getrouwd worden.
5Want gelijk een jongeling een jonkvrouw trouwt, zo zullen uw kinderen u trouwen; en gelijk de bruidegom vrolijk is over de bruid, zo zal uw God over u vrolijk zijn.
6O Jeruzalem! Ik heb wachters op uw muren besteld, die steeds al de dag en al de nacht niet zullen zwijgen. O u, die van JAHWEH doet gedenken, laat geen stilzwijgen bij u wezen!
7En zwijgt niet stil voor Hem, voordat Hij bevestige, en voordat Hij Jeruzalem stelle tot een lof op aarde.
8JAHWEH heeft gezworen bij Zijn rechterhand, en bij de arm van Zijn sterkte: als Ik uw koren meer zal geven tot voedsel voor uw vijanden, en als de vreemden zullen drinken van uw nieuwe wijn, waaraan u gewerkt hebt!
9Maar die het inzamelen zullen, die zullen het eten, en zij zullen JAHWEH prijzen; en die hem verzamelen zullen, zullen hem drinken in de voorhoven van Mijn heiligdom.
10Ga door, gaat door, door de poorten, bereid de weg van het volk; verhoog, verhoog een baan, ruim de stenen weg, steek een banier omhoog tot de volken!
11Zie, JAHWEH heeft doen horen, tot aan het einde van de aarde: zeg tot de dochter van Sion: Zie, uw Heil komt; zie, Zijn loon is met Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht.
12En zij zullen hen noemen het heilige volk, de verlosten van JAHWEH; en u zult genoemd worden de gezochte, de stad, die niet verlaten is.