Jezus Sirach 1
Lees Jezus Sirach 1 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 De wijsheid is uit God. 10 De vruchten van de vreze van God. 13 De wijsheid en de vreze van God zijn altijd samen, 21 zij bedwingen de toorn van de man. 25 De wijsheid is godsdienstig, 28 en is een vijand van alle geveinsdheid en opgeblazenheid.
1ALLE wijsheid is van Heere, en is met Hem in de eeuwigheid.
2Wie zal het zand van de zee en de druppels van de regen en de dagen van de eeuwen tellen?
3Wie zal de hoogte van de hemel, en de breedte van de aarde, en de afgrond, en de wijsheid naspeuren?
4De wijsheid is eer dan alle dingen geschapen, en het verstand van de kloekheid is van de eeuwen af.
5Het woord van God, die in de allerhoogste plaatsen woont, is de fontein van de wijsheid, en haar wegen zijn eeuwige geboden.
6Wie is de wortel van de wijsheid ontdekt geweest? en wie heeft haar kloeke werken gekend?
7Eén is er wijs, zeer vreselijk, zittende op zijn troon.
8Heere zelf heeft haar geschapen, en heeft haar gezien en heeft haar geteld.
9En heeft haar uitgegoten over al zijn werken; zij is bij alle vlees naar zijn gave, en hij verleent haar degenen die hem lief hebben.
10De vrees voor de Heere is eer, en roem, en vrolijkheid, en een kroon van de verheuging.
11De vrees van Heere vermaakt het hart, en geeft vrolijkheid en vreugde, en een lang leven.
12Die Heere vreest die zal het welgaan in de laatste dagen, en in de dag van zijn dood zal hij gezegend worden.
13Het begin van de wijsheid is Heere vrezen, en zij is met de gelovigen samen geschapen in 's moeders lichaam.
14Bij de mensen heeft zij een eeuwig fundament gelegd, en bij hun zaad zal zij worden vertrouwd.
15De verzadiging van de wijsheid is Heere vrezen, en zij maakt hen dronken van haar vruchten.
16Haar hele huis vervult zij met haar wellustigheden, en haar schuren van haar gewas;
17En beide zijn het gaven Gods tot vrede.
18De kroon van de wijsheid is Heere vrezen, doende voortspruiten vrede en volkomen gezondheid, en de roem verbreidt Hem voor degenen, die Hem liefhebben.
19De wijsheid giet de wetenschap en de kennis van het verstand uit als een plasregen en verhoogt de heerlijkheid van de genen, die haar vasthouden.
20De wortel van de wijsheid is Heere vrezen, en haar takken zijn een lang leven.
21De vrees voor de Heere verdrijft de misdaden, en bijblijvende keert zij toorn af.
22Een boos man zal niet kunnen gerechtvaardigd worden, want de hevigheid van zijn toorn is hem ten val.
23Een geduldig man zal een tijdlang verdragen, en ten laatste zal hem de vrolijkheid vergelden.
24Hij zal zijn woorden een tijdlang verbergen, maar de lippen van velen zullen zijn verstand verhalen.
25In de schatten van de wijsheid zijn gelijkenissen van de wetenschap, maar de godsdienstigheid is de zondaar een gruwel.
26Heb u lust tot wijsheid, zo bewaar de geboden, en Heere zal u deze verlenen,
27Want de vrees voor de Heere is wijsheid en tucht, en zijn wel behagen is geloof en zachtmoedigheid.
28Als u behoeftig bent, zo wantrouw de vrees voor de Heere niet, en ga niet tot hem met een dubbel hart.
29Maar de huichelaars niet met monden van de mensen: en neem acht op uw lippen.
30Verhef uzelf niet, opdat u niet valt, en schande brengt over uw ziel.
31Want Heere zal al uw verborgen dingen openbaren, en u in het midden van de vergadering ter neerwerpen.
32Omdat u tot de vrees voor de Heere niet met waarheid bent gekomen, en uw hart vol is van bedrog.