Jezus Sirach 10
Lees Jezus Sirach 10 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 De eigenschap van een goede rechter en koning. 7 De vrucht van hoogmoed, ongerechtigheid en hebzucht. 22 De lof van de ware vreze van God. 29 Evenals van naarstigheid, zachtmoedigheid en kennis.
1EEN wijs rechter onderwijst zijn volk, en de heerschappij van de verstandige is ordelijk aangesteld.
2Zoals de rechter van het volk is, zo zijn ook zijn dienaren; en zoals de voorganger van de stad is, zo zijn allen die deze bewonen.
3Een koning, die niet onderwezen is, zal zijn volk verderven, maar een stad zal door verstand van de machtigen bewoond worden.
4De macht op aarde is in de hand van Heere, en Hij zal te zijner tijd over haar verwekken een, die nuttig is.
5In de hand van Heere is de voorspoed van de mens, en op het aangezicht van de schriftgeleerde zal Hij Zijn heerlijkheid stellen.
6Vergram u niet op uw naaste over enig onrecht, en doe niets door smadelijke werken.
7Trots is hatelijk voor God en de mensen, en bij beide is hatelijk de misdaad van de ongerechtigheid.
8Een koninkrijk wordt van het ene volk tot het andere overgebracht, vanwege ongerechtigheden en moedwilligheden en rijkdommen, die door bedrog verkregen zijn; wat verhovaardigt zich toch aarde en as?
9Daar is werkelijk niets onrechtvaardiger dan een geldgierige.
10Want deze biedt ook zijn eigen ziel te koop, want zijn ingewanden werpen deze weg, terwijl hij nog leeft.
11De dokter houdt een lange ziekte af, en vandaag is iemand koning, en morgen zal hij sterven.
12Want wanneer een mens sterft, zo beërft hij kruipende en wild gedierte en wormen.
13Het begin van de trots is, wanneer een mens van Heere afwijkt, en zijn hart afwijkt van degene die hem gemaakt heeft.
14Want trots is een begin van de zonde, en die daarbij blijft, die bedrijft zeer gruwelijke moedwil, maar op het einde zal hij omgekeerd worden.
15Daarom heeft Heere zeldzame straffen over hen gebracht, en heeft hen eindelijk omgekeerd.
16Heere heeft de tronen van de regeerders ternedergedrukt, en heeft zachtmoedigen in hun plaats daarin gezet.
17Heere rukt de wortels van de hoogmoedige volken uit, en plant de nederigen in hun plaats met heerlijkheid.
18De landen van de volken keert Heere om, en verderft ze tot op de grond van de aarde.
19Hij heeft ze daaruit weggenomen, en heeft ze verdorven.
20En heeft hun herinnering doen ophouden van de aarde.
21De trots is niet geschapen in de mensen, noch de grimmige toorn in degenen, die van vrouwen geboren zijn.
22Die Heere vrezen zijn een zeker zaad, en die Hem liefhebben een kostelijke plant; daarentegen die op de wet niet achten, zijn een schandelijk zaad; die de geboden overtreden een afdwalend zaad.
23In het midden van de broers is degene geëerd, die hun leidsman is, en die Heere vrezen worden geëerd voor Zijn ogen.
24De vrees voor de Heere is een heerschappij ook voor het lot, maar hardheid en trots is een wegwerping van de heerschappij.
25De roem van een rijke, en heerlijken, en armen, is de vrees voor de Heere.
26Het is niet recht dat men een arme onteert die verstandig is, en het past niet dat men een zondaar eert.
27De groten, en de rechters, en de machtigen worden geëerd, maar geen van hun is meerder dan die Heere vreest.
28Een verstandige huisknecht zullen de vrijen dienen; en een man van wetenschap zal niet morren als hij onderwezen wordt.
29Denk niet wijs te zijn als u uw werk doet, en poch niet in de tijd van uw benauwdheid.
30Want het is beter dat iemand werkt, en in alles overvloed heeft, dan dat iemand pocht en gebrek aan brood heeft.
31Mijn kind verheerlijk uw ziel door uw zachtmoedigheid, en geef haar eer naar haar waardigheid.
32Wie zal die rechtvaardigen die tegen zijn ziel zondigt en wie zal die eren, die zijn leven onteert?
33Een arme wordt verheerlijkt vanwege zijn wetenschap, en een rijke wordt verheerlijkt vanwege zijn rijkdom.
34Die geëerd wordt in armoede, hoeveel te meer ook in rijkdom. En die in rijkdom ongeëerd is, hoeveel te meer in armoede.