Jezus Sirach 13
Lees Jezus Sirach 13 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 Waarschuwingen tegen verschillend gezelschap dat men moet ontvluchten. 17 Vermaningen tot de liefde van God, en van hen die God vrezen, 21 de arme wordt door de rijke verdrukt, 24 de rijke wordt geacht, maar de arme veracht. 30 Het gezicht volgt de gesteldheid van het hart.
1DIE pek aanroert, wordt daarmee besmet, en die met de hoogmoedige gemeenschap heeft, wordt hem gelijk.
2Neem in uw leven geen last op, die u te zwaar is, en heb geen gemeenschap met degene, die sterker en rijker is dan u.
3Wat gemeenschap zal de aarden pot met een ketel hebben? deze zal daaraan stoten, en de andere zal verbrijzeld worden.
4Een rijke doet onrecht, en men smeekt hem; een arme doet onrecht, en hij wordt bedreigd.
5Als u hem kunt bevorderlijk zijn, zal hij u te werk stellen, maar als u verachtert, zal hij u onderdrukken.
6Als u wat zult hebben, zo zal hij met u leven, en zal u uitledigen, en zelf zal hij niet arbeiden.
7Heeft hij u nodig, zo zal hij u bedriegen, en aanlokken, en zal u hoop geven; hij zal schoon met u spreken, en zeggen: Wat hebt u nodig?
8Hij zal u met zijn voedsel beschaamd maken, totdat hij u uitledige tot twee of drie keer, en op het laatste zal hij u bespotten, en daarin zal hij u aanzien, en u verlaten, en zal zijn hoofd tegen u schudden.
9Pas op dat u niet verleid wordt door uw gedachten,
10En niet vernederd wordt in de verheuging van uw hart.
11Als u een machtig heer tot zich nodigt, zo maak u ter zijde, en hij zal u zo veel te meer en te vaker tot zich noden.
12Val niet in iemands rede, opdat u niet zonder kennis van de zaak verstoten wordt, en sta ook niet te ver af, opdat u niet vergeten wordt.
13Tracht niet met hem te spreken, en betrouw op zijn vele woorden niet, want met veel te spreken zal hij u verzoeken, en al toelachende zal hij uw geheime zaken onderzoeken.
14Onbarmhartig is hij die zijn woorden niet houdt, en hij zal in geen geval plagen en banden aan u sparen.
15Bewaar uzelf, en neem vlijtig acht als u hem hoort, want u wandelt met uw val.
16Als u deze dingen hoort, zo waak zelfs in uw slaap.
17Heb Heere lief al uw leven lang, en roep Hem aan tot uw behoudenis.
18Ieder dier heeft zijn gelijke lief, en ieder mens heeft zijn naaste lief.
19Alle vlees verzamelt zich naar zijn geslacht, en een man hangt zijn gelijke aan.
20Wat gemeenschap zal een wolf hebben met een lam? zo is een zondaar tegen degene, die Heere vreest.
21Wat vrede zal een hyëna hebben met een hond? en wat vrede zal een rijke hebben met een arme?
22Zoals de wilde ezels van de leeuwen jacht zijn in de woestijn, zo zijn de armen van de rijken weide.
23Zoals de nederigheid is van de hoogmoedigen gruwel, zo is ook de arme voor de rijke een gruwel.
24Wanneer een rijke bewogen wordt, zo wordt hij van zijn vrienden onderstut; maar wanneer een arme valt, zo wordt hij daarenboven van zijn vrienden verstoten.
25Wanneer een rijke struikelt, zo heeft hij velen, die hem ophelpen; heeft hij onbetamelijke dingen gesproken, men rechtvaardigt hem evenwel.
26Een nederige struikelt, en men bekijft hem nog daartoe; hij heeft verstandige rede gesproken, en men geeft hem geen plaats.
27De rijke spreekt, en zij zwijgen allen, en verhogen zijn rede tot aan de wolken.
28De arme spreekt, en men zegt: Wie is deze? en als hij aanstoot, men zal hem verder omstoten.
29De rijkdom is goed, bij welke geen zonde is, en de armoede is kwaad in de mond van de goddeloze.
30Het hart van de mens verandert zijn aangezicht, het zij ten goede of ten kwade, en een hart in genoegen groenende maakt een vrolijk aangezicht.
31Een groenend aangezicht is een teken van een hart dat wel gesteld is, en vinding van de gelijkenissen in overlegging met moeite.