Jezus Sirach 19
Lees Jezus Sirach 19 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 Waarschuwingen tegen dronkenschap en hoererij. 6 Tegen kletspraat. 13 Hoe men zijn naaste moet vermanen. 18 Lof van de vreze van God, 19 en van een voorzichtig en rechtvaardig oordeel. 23 Waaraan men een dubbelhartig mens kan kennen.
1EEN arbeider, die een dronkaard is, zal niet rijk worden, en die het weinig versmaadt, zal gaandeweg vervallen.
2Wijn en vrouwen doen de verstandigen afvallen, en wie de hoeren aanhangt, die wordt stout.
3Die zullen de maden en wormen tot erfdeel hebben, en hij zal uitdrogen tot een zeer schandelijk voorbeeld.
4Wie haar licht vertrouwt die is lichtvaardig van hart, en die tegen zijn ziel zondigt, zal zo mishandelen.
5Wie zich verheugt in het kwaaddoen, zal verdoemd worden, maar wie de hartstochten wederstaat, die kroont zijn leven.
6Wie zijn tong bedwingt, zal met degene die niet twistig is, leven; en wie klappen haat, die neemt af in boosheid.
7Herhaal een rede nimmermeer, en het zal u niet wezen tot vermindering.
8En vertel noch bij vriend noch bij vijand het leven van anderen, en als het u geen zonde is, zo openbaar het niet.
9Want hij heeft u gehoord en u waargenomen, en ter gelegener tijd zal hij u haten.
10Heb u wat gehoord, laat het bij u sterven, en wees welgemoed, want het zal u niet doen barsten.
11Een dwaas zal smarten lijden vanwege een woord, zoals een barende vrouw vanwege het kind.
12Zoals een pijl, die in de heup van het vlees vaststeekt, zo is een woord in de buik van een dwaas.
13Bestraf uw vriend, misschien heeft hij het niet gedaan, en zo hij het gedaan heeft, dat hij het niet te eniger tijd meer doe.
14Bestraf uw naaste, misschien heeft hij het niet gezegd, en zo hij het gezegd heeft, dat hij het voor de tweede keer niet zeg.
15Bestraf uw vriend, want dikwijls gebeurt er ijdele lastering.
16Laat uw hart niet elk woord geloven; menigeen struikelt in een woord en niet van harte, en wie is er die met zijn tong niet struikelt?
17Bestraf uw naaste voordat u dreigt, en geef de wet van de Allerhoogste plaats, en word niet boos.
18De vrees voor de Heere is een begin van de aanneming, en de wijsheid die van hem komt verkrijgt liefde; kennis van de geboden van Heere is onderwijzing van het leven, en die doen wat Hem behagelijk is, zullen de boom van de onsterfelijkheid tot vrucht genieten.
19De vrees voor Heere komende, is de hele wijsheid, en in alle wijsheid is de onderhouding van de wet, en kennis van zijn almogendheid. Een huisknecht zeggende tot zijn heer: Zoals het u behaagt zal ik niet doen, als hij het daarna doet, vertoornt degene, die hem voedt.
20De wetenschap van de boosheid is geen wijsheid, en daar is geen kloekheid waar de raad van de zondaren is.
21Daar is boosheid en die is een gruwel, en daar is een onverstandige, die het aan wijsheid ontbreekt.
22Die het aan verstand ontbreekt, en bevreesd is, die is beter dan degene, die overvloedig is in kloekheid, en de wet van de Allerhoogste overtreedt.
23Daar is een vlijtige sluwheid, en ze is onrechtvaardig, en menigeen is er die de genade verandert, om het recht te doen blijken, en menigeen is er die rechtvaardig oordeelt, en die is wijs.
24Menigeen is er die boosheid doet, gaande gebukt in zwarte kleren, en het binnenste van hem is vol van vurig bedrog.
25Hij bukt het aangezicht, en maakt de dove; als u hem niet bemerkt, zal hij u voorkomen om kwaad te doen.
26En als hij bij gebrek van sterkte verhinderd wordt te zondigen, zo zal hij toch kwaad doen als hij gelegener tijd vindt.
27Een mens wordt aan het gezicht gekend, en een verstandige wordt aan de ontmoeting van zijn aangezicht gekend.
28De kleding van de man, en het lachen van de tanden, en de gang van de mensen, verkondigen wat hij voor een is.
29Daar is een bestraffing die ontijdig is, en daar is een die zwijgt, en hij is wijs.