Jezus Sirach 2
Lees Jezus Sirach 2 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 Vermaant de kinderen van God tot geduld. 6 Eveneens tot geloof en hoop op zijn barmhartigheid. 14 Spreekt het wee uit over de slappen en ongeduldigen, 18 en vermaant de godvrezenden tot het onderhouden van zijn geboden.
1MIJN kind, als u komt om Heere te dienen, zo bereid uw ziel tot aanvechting.
2Richt uw hart en verdraag, en haast niet in de tijd, als deze over u gebracht wordt.
3Hang hem aan, en wijk niet van hem af, opdat u mag vermeerderd worden in uw laatste dagen.
4Neem graag aan al wat u zou mogen overkomen, en in de verandering van uw vernedering wees geduldig.
5Want in het vuur wordt het goud beproefd, en aangename mensen in de oven van de vernedering.
6Geloof hem en hij zal u helpen, maak uw wegen recht, en hoop op hem.
7U die Heere vreest, gelooft Hem, en uw loon zal u in geen geval ontvallen.
8U die Heere vreest, hoopt het goede en eeuwige verheuging en barmhartigheid.
9U die Heere vreest, verbiedt Zijn barmhartigheid en wijkt niet af, opdat u niet valt.
10Zie de oude geslachten aan en merkt op.
11Wie heeft op Heere betrouwd, en is beschaamd geworden?
12Of wie is in zijn vrees gebleven en verlaten geworden? of wie heeft hem aangeroepen en is door hem veracht?
13Want Heere is een ontfermer en barmhartige, moedig en van grote barmhartigheid, vergeeft de zonden, en behoedt in de tijd van de verdrukking.
14Wee de bevreesde harten, en de slappe handen en de zondaar die twee paden ingaat.
15Wee een slap hart, omdat het niet gelooft, daarom zal het niet beschermd worden.
16Wee u die de volharding verloren hebt.
17Wat zult u doen, als Heere u bezoeken zal?
18Die Heere vrezen, zullen Zijn woorden niet ongehoorzaam zijn, en die Hem liefhebben, zullen Zijn wegen bewaren.
19Die Heere vrezen, zoeken dat zij Hem behagen mogen.
20Die hem liefhebben, zullen van zijn wet verzadigd worden.
21Die Heere vrezen, bereiden hun harten, en vernederen hun zielen voor Hem.
22Zeggende, laat ons in de handen Gods vallen, en niet in de handen van de mensen.
23Want zoals zijn grote heerlijkheid is, zo is ook zijn barmhartigheid.