BijbelJezus Sirach

Jezus Sirach 24

Lees Jezus Sirach 24 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 De roem van de wijsheid. 9 Die haar woonplaats in Israël heeft genomen. 26 Vermaningen om haar te zoeken, waar zij te vinden is, en welke haar vruchten zijn.

1DE wijsheid prijst zichzelf, en in het midden van haar volk beroemt zij zich.

2Zij doet haar mond open in de gemeente van de Allerhoogste, en beroemt zich in aanwezigheid van zijn kracht, zeggende:

3Ik ben van de mond van de Allerhoogste uitgegaan, en zoals een nevel heb ik de aarde bedekt.

4Ik heb mijn tent in de hoogste plaatsen opgeslagen, en mijn troon in een wolkkolom.

5Ik alleen heb de rondte van de hemel omgegaan, en heb in de diepte van de afgronden gewandeld.

6In de golven van de zee, en op de hele aarde, en bij alle volken en natiën heb ik bezittingen.

7Bij deze allen heb ik rust gezocht, om in iemands erfenis te huis te zijn.

8Toen beval mij de schepper van alle dingen, en die mij geschapen heeft, deed mijn tent rusten, en zei:

9In Jakob zult u uw tent opslaan, en te Jeruzalem zult u erfgenaam zijn.

10Vóór de wereld, van de beginne heeft hij mij geschapen, en tot in eeuwigheid neem ik niet af; in een heilige tabernakel heb ik in zijn aanwezigheid gediend;

11En zo ben ik in Sion bevestigd. In een geheiligde stad heeft hij mij ook doen rusten, en in Jeruzalem is mijn macht.

12En ben ingeworteld in een verheerlijkt volk, in het deel van Heere, dat is zijn erfdeel.

13Ik ben verhoogd geworden als een cederboom op Libanon, en zoals een cypresseboom op de bergen van Hermon.

14Ik ben verhoogd geworden zoals een dadelboom te Engedi, en zoals een rozeboom te Jericho.

15Zoals een schone olijfboom in een fraai veld, en zoals de boom Platanus ben ik uit het water verhoogd.

16Ik heb een goede reuk van mij gegeven, zoals kaneel en zoals een reukbal, en zoals uitgelezen mirre.

17Zoals Galbanum, en Onyx, en Stacte, en zoals de damp van de wierook in de tabernakel.

18Ik heb mijn takken uitgestrekt zoals een terpentijnboom, en mijn takken zijn heerlijk en aangenaam.

19Ik heb, zoals een wijnstok uitspruitende, een goede reuk voortgebracht, en mijn bloemen zijn een vrucht van de heerlijkheid en van de rijkdom.

20Ik ben een moeder van de schone liefde, en van de vrees, en van de kennis, en van de heilige hoop;

21En geef met al mijn kinderen deze eeuwigblijvende dingen, namelijk die mij van hem toegezegd worden.

22Kom herwaarts tot mij, u die mij begeert, en verzadigt u van mijn gewas.

23Want mijn herinnering is zoeter dan honing, en mijn erfenis dan honigraat.

24Die mij eten, zullen niet hongeren, en die mij drinken, zullen niet dorsten.

25Die naar mij luistert zal nimmermeer beschaamd worden, en die naar mij arbeiden zullen niet zondigen.

26Al deze dingen leert het boek van het verbond van God de Allerhoogste, de wet, die Mozes bevolen heeft tot een erfdeel in de vergaderingen van Jakob, zeggende: Bezwijkt niet, maar wees sterk in Heere, opdat Hij u krachtig make; kleeft Hem aan; de Almachtige Heere is alleen God, en daar is geen Zaligmaker naast Hem.

27Hij vervult alle dingen met zijn wijsheid, zoals de Pison, en zoals de Tigris in de dagen van de nieuwe vruchten.

28Die vervult het verstand zoals de Eufraat, en zoals de Jordaan in de dagen van de oogst.

29Die de leer van de kennis doet uitschijnen zoals een licht, en zoals de Gihon in de tijd wanneer men de druiven leest.

30De eerste heeft haar niet volkomen gekend, en zo heeft de laatste haar niet uitgespeurd.

31Want meer dan de zee zijn haar gedachten vermenigvuldigd, en haar raad dan een grote afgrond.

32Ik, de Wijsheid, ben zoals een gedolven gracht van een rivier;

33En zoals een waterloop ben ik uitgegaan in het paradijs.

34Ik heb gezegd: Ik zal mijn beste hof wateren, en mijn oprechte tuinbeddeken begieten.

35En ziet de gedolven gracht is mij geworden tot een rivier, en mijn rivier is geworden tot een zee.

36Want ik doe de onderwijzing lichten als de dageraad, en doe ze schijnen tot in verre landen.

37Want ik giet onderwijzing uit zoals een profetie, en laat ze na tot eeuwige geslachten.

38Zie u dan, dat ik niet voor mij alleen heb gewerkt, maar voor al degenen die ze zoeken.