BijbelJezus Sirach

Jezus Sirach 26

Lees Jezus Sirach 26 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 De lof van een goede en eerbare vrouw. 6 Met tegenstelling tot een kwade en ontuchtige. 14 De troost die een goede en eerbare vrouw haar man brengt, met tegenstelling tot het verdriet dat hem overkomt door een kwade en ontuchtige. 30 Tegenslagen bij een krijgsman, bij een verstandig man, bij iemand die tot zonde vervalt, bij een koopman en bij een waard.

1GELUKKIG is de man, die een goede vrouw heeft; het getal van zijn dagen wordt dubbel.

2Een kloeke vrouw verheugt haar man, en vervult de jaren van zijn leven met vrede.

3Een goede vrouw is een goed erfdeel, en wordt tot een deel gegeven degenen, die Heere vrezen.

4En het hart van zo'n man is goed tot Heere, hetzij dat hij rijk of arm is, altijd heeft hij een vrolijk aangezicht en is blijmoedig.

5Drie dingen ontziet mijn hart, en voor het vierde word ik in mijn aangezicht bevreesd:

6De lastering van een stad, en de vergadering van het volk, en leugen tegen iemand opgemaakt, al deze zijn zwaarder dan de dood.

7Maar een vrouw die op een andere vrouw jaloers is, en met de tong geselt, en bij allen overbrengt, die is een hartzeer en verdriet.

8Een slechte vrouw is zoals een juk ossen dat ginds en weer bewogen wordt; wie ze neemt, is zoals degene, die een schorpioen aangrijpt.

9Een dronken vrouw, en die ginds en weer loopt veroorzaakt grote toorn, en kan haar schande niet bedekken.

10De hoererij van een vrouw wordt bekend aan de verheffingen van de ogen en aan haar wenkbrauwen.

11Bewaar een onbeschaamde dochter zeer nauw, opdat zij niet, wanneer zij ruimte vindt, deze voor zich gebruikt.

12Neem acht op haar onbeschaamd oog, en verwonder u niet, als zij verkeerd tegen u zou handelen.

13Zoals een reizende man dorstende, de mond opent als hij een fontein vindt, en van alle water dat nabij is drinkt, zo zal zij zich tegenover elke paal neerzetten en de pijlkoker voor de pijl opendoen.

14De aantrekkingskracht van de vrouw vermaakt haar man, en haar wetenschap maakt zijn benen vet.

15Een vrouw die weinig spreekt, en van een goed gemoed is, is een gave van Heere, en daar is niets waartegen men een wel onderwezen ziel verwisselen kan.

16Een schaamachtige en getrouwe vrouw, is genade op genade, en daar is geen ding van zulk gewicht dat waard is haar reine ziel.

17Zoals de zon opgaande in de hoogste plaatsen van Heere, zo is ook de schoonheid van een goede vrouw in het sieraad van haar huis.

18Zoals het licht op de heilige kandelaar glinstert, zo is ook de schoonheid van haar aangezicht in de staande ouderdom.

19Zoals gouden pilaren op zilveren voetstukken, zo zijn ook haar schone voeten aan een vaste borst.

20Mijn kind, bewaar de beste kracht van uw leven in gezondheid, en geef de vreemde uw sterkte niet.

21Als u uit alle velden een vruchtbaar deel zult uitgezocht hebben, zo zaai uw eigen zaad, vertrouwende op uw edel geslacht.

22Zo zullen uw vruchten overblijvende, en vrijmoedigheid van het edele geslacht hebbende, groot worden.

23Een vrouw die loon neemt, wordt een mestvarken gelijk geacht, maar die een man heeft, zal een toren van de dood geacht worden, degenen die haar gebruiken.

24Een goddeloze vrouw zal de onrechtvaardige tot een deel gegeven worden, maar een godvrezende vrouw wordt gegeven hem, die Heere vreest.

25Een schandelijke vrouw wrijft haar man oneer aan; maar een eerbare dochter zal ook de man ontzien.

26Een onbeschaamde vrouw zal geacht worden als een hond, maar die schaamte heeft, zal Heere vrezen.

27Een vrouw, die haar eigen man eert, zal door allen voor wijs gehouden worden, maar die de man onteert, zal van allen gekend worden, dat zij door trots goddeloos is.

28Gelukzalig is de man die een goede vrouw heeft, want het getal van zijn jaren zal dubbel zijn.

29Een vrouw die groot getier maakt, en de tong dapper weet te roeren, zal beschouwd worden als bekwaam tot afwering van de vijanden; en de ziel van ieder mens die haar in zeden gelijk is, zal zijn leven in de oproeren van de oorlog doorbrengen.

30Over twee dingen is mijn hart bedroefd geworden, en over het derde is mij toorn aangekomen:

31Als een soldaat ten laatste armoe gaat lijden; en als verstandige mannen als mest geacht worden;

32Als iemand van de gerechtigheid terugkeert tot zonde; Heere zal hem tot het zwaard bereiden.

33Een koopman is nauwelijks vrij van mishandeling; en een waard zal niet gerechtvaardigd worden van zonde.