BijbelJezus Sirach

Jezus Sirach 27

Lees Jezus Sirach 27 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 De gebreken tussen kopers en verkopers. 4 Hoe een mens aan zijn woorden beproefd en gekend wordt. 12 Bij wie men zich moet houden, en voor wie men zich moet hoeden. 16 Heimelijke zaken van vrienden moet men niet openbaar maken. 23 Waaraan een geveinsde vriend gekend kan worden. 26 Wie kwaad doet, die zal ook het kwade overkomen.

1VELEN hebben gezondigd om een middelmatige zaak, en die zoekt zijn goed te vermeerderen, zal zijn oog afwenden.

2Zoals een nagel tussen de voegen van de stenen vastgestoken wordt, zo ook zal de zonde tussen verkopen en kopen worden gewreven.

3Als iemand zich niet ijverig aan de vrees voor de Heere houdt, zo zal zijn huis haastig omgekeerd worden.

4Als men een zeef schudt, zo blijft de vuiligheid daarin; zo blijft de vuiligheid van de mens in zijn uitspraak.

5De oven proeft de voorwerpen van de pottenbakker, maar de mens wordt beproefd in zijn samenspreking.

6Zoals de vrucht van de boom doet blijken hoe men die heeft verpleegd, zo doet ook de uitspraak van de gedachten blijken wat in het hart van de mens is.

7Prijs niemand voordat hij spreekt, want hieraan worden de mensen beproefd.

8Als u wat recht is nastreeft, zo zult u het achterhalen, en zult het aantrekken als een lange heerlijke tabberd.

9Het gevogelte nestelt bij zijn gelijken, en de waarheid komt weer tot degenen, die haar betrachten.

10Een leeuw loert op de jacht, zo loert de zonde op degenen, die boosheid werken.

11Het verhaal van de godvrezende is altijd wijs, maar de dwaas verandert zoals de maan.

12Neem onder de onverstandigen de tijd waar, maar houd u steeds onder de bedachtzamen.

13Het verhaal van de zotten is verdriet, en hun lachen bestaat in dartelheid van de zonde.

14De spraak van degene die veel zweert, doet de haar overeind staan, en hun strijd maakt dat men de oren toestoppen moet.

15De twist van de hoogmoedigen brengt bloedvergieting, en hun schelden is moeilijk om te horen.

16Wie geheime dingen openbaart, die verliest zijn geloof, en zal geen vriend vinden naar zijn hart.

17Heb uw vriend hartelijk lief en wees hem getrouw.

18Maar als u zijn geheime zaken zou geopenbaard hebben, zo volg hem niet na.

19Want zoals een mens zijn vijand verliest, zo heeft hij zijn naaste verloren.

20En zoals alsof u een vogel uit uw hand losgelaten had, zo hebt u uw naaste verlaten, en zult hem niet weer vangen.

21Volg hem niet, want hij is ver van u weg, en is het ontvlucht zoals een ree uit de strik.

22Want een wond kan men verbinden, en voor een scheldwoord is verzoening, maar die geheime zaken openbaart, heeft zijn geloof verloren.

23Wie met het oog wenkt, die smeedt boze dingen, en wie die kent zal van hem afwijken.

24Voor uw ogen zal zijn mond zoet spreken, en hij zal zich over uw woorden verwonderen, maar daarna zal hij anders spreken, en maken dat in uw woorden aanstoot is.

25Ik haat zulk een zeer, en vergelijk niemand bij hem, en Heere zal hem haten.

26Wie een steen in de hoogte werpt, die werpt hem op zijn eigen hoofd; zo maakt ook een bedriegelijke slag de wond wijd.

27Wie een kuil graaft, die zal daarin vallen, en die een strik voor anderen legt, zal daarmee gevangen worden.

28Wie kwaad doet, bij die zal dat kwaad herberg nemen, en hij zal niet weten vanwaar het hem komt.

29De hoogmoedigen bespotten en verwijten, en de wraak loert op hen zoals een leeuw.

30Die zich verheugen in de val van de godvrezenden zullen in een strik gevangen worden, en smart zal hen verteren voor hun dood; haat en toorn en dergelijke zijn gruwelijke dingen, en een zondaar zal daarmee bevangen worden.