Jezus Sirach 28
Lees Jezus Sirach 28 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 Vergeef uw naaste, opdat ook u door God uw zonden vergeven worden. 9 Onthoud u van strijd en gekijf. 14 En van oorblazers en dubbele tongen, waarvan de droeve vruchten worden beschreven. 25 Maar hiervoor worden de godvrezenden bewaard. 28 Zoals zij ook zelf hun tongen bewaren.
1WIE zichzelf wreekt, die zal van Heere wraak vinden, en Hij zal zijn zonden zeker bewaren.
2Vergeef uw naaste het onrecht dat hij u gedaan heeft, en wanneer u dan zult gebeden hebben, zullen u uw zonden vergeven worden.
3De ene mens houdt tegen de andere mens toorn, en bij Heere zoekt hij genezing.
4En hij heeft geen barmhartigheid over een mens die hem gelijk is, en bidt om zijn zonden.
5Hij, vlees zijnde, behoudt vijandschap en wie zal zijn zonden verzoenen?
6Gedenk aan uw uiterste, en houd op vijandschap te oefenen.
7Pleeg geen vijandschap tegen uw naaste tot zijn verderf en dood, maar blijf in de geboden.
8Gedenk aan de geboden, en oefen geen vijandschap tegen de naaste, en aan het verbond van de Allerhoogste, en overzie zijn onwetendheid.
9Onthoud u van strijd, en u zult de zonden verminderen, want een boos mens ontsteekt de strijd.
10Een zondaar ontroert vrienden, en onder degenen die vrede hebben, werpt hij laster in.
11Hoe meer hout men in het vuur legt, hoe meer het brandt; hoe meer de ruzie wordt gesterkt, hoe meer het vuur toeneemt; hoe sterker de mens is, hoe sterker zijn toorn is; en hoe rijker de mens is, hoe meer hij zijn toorn verheft.
12Een haastige twist ontsteekt het vuur, en een haastend gevecht vergiet bloed.
13Als u in een vonk blaast, zo zal zij branden, maar als u daarop spuwt, zo zal zij uitgaan; en dit komt beide uit uw mond.
14Vervloek een oorblazer, en een tweetongig mens want zij hebben velen verdorven, die in vrede leefden.
15De dubbele tong heeft velen bewogen, en heeft hen van het ene volk in het andere verzet,
16En heeft versterkte steden vernield, en huizen van de groten omgekeerd.
17De dubbele tong heeft mannelijke vrouwen verdreven, en heeft haar beroofd van haar arbeid.
18Wie naar haar luistert, die zal geen rust vinden, noch met stilheid wonen.
19De slag van de gesel maakt striemen, maar de slag van de tong vermorzelt het gebeente.
20Velen zijn gevallen door de scherpte van het zwaard, maar niet zo velen als er gevallen zijn door de tong.
21Zalig is hij die voor haar beschermd is, die door haar toorn niet is gegaan;
22Die haar juk niet getrokken heeft, en met haar banden niet is gebonden geweest.
23Want haar juk is een ijzeren juk, en haar banden zijn metalen banden.
24Haar dood is een boze dood, en het graf is nuttiger dan zij.
25Zij zal over de godvrezenden geheel geen macht hebben, en door haar vlam zullen zij niet verbranden.
26Die Heere verlaten, zullen in haar vallen en in hen zal zij worden ontstoken, en niet uitgeblust worden;
27Zij zal over hen gezonden worden als een leeuw, en zoals een luipaard zal zij ze verwoesten.
28Zie toe, omtuin wat u bezit met doornen, en maak voor uw mond deuren en grendels.
29Bind uw goud en uw zilver samen, en maak voor uw woorden een weegschaal, en voor uw mond een deur en grendel.
30Neem acht dat u niet enigszins daarin struikelt, opdat u niet valt in aanwezigheid van degene, die op u loert.