BijbelJezus Sirach

Jezus Sirach 3

Lees Jezus Sirach 3 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 Vermaant de kinderen hun vaders en moeders te eren, 13 ook zelfs in hun ouderdom als het verstand hen begeeft. 19 Vermaant tot zachtmoedigheid en nederigheid. 22 Eveneens tot matigheid in het onderzoeken en ondernemen van zware zaken, 31 en ten slotte tot goeddadigheid.

1MIJN kinderen hoort mij uw vader en doet zo, opdat u behouden wordt.

2Want Heere heeft de vader verheerlijkt over de kinderen, en bevestigt het oordeel van de moeder boven de zonen.

3Wie zijn vader eert, die verzoent zijn zonden;

4En wie zijn moeder eert, is zoals die schatten verzamelt.

5Wie zijn vader eert, zal zich over zijn kinderen verheugen, en zal in de dag van zijn gebed verhoord worden.

6Wie zijn vader eert, zal lang leven, en wie Heere gehoorzaam is, zal zijn moeder rust aanbrengen,

7Wie Heere vreest zal zijn vader eren, zal als heren dienen degenen, die hem gegenereerd hebben.

8Eer uw vader en moeder met werken en woorden,

9Opdat zegening van mensen over u kome.

10Want de zegening van de vader onderstut de huizen van de kinderen, maar de vervloeking van de moeder ontwortelt de fundamenten.

11Roem niet in de oneer van uw vader, want de oneer van de vader is u geen eer.

12Want de eer van de mens komt hem uit de eer van zijn vader, en een moeder die in oneer is, die is de kinderen een verwijt.

13Mijn kind, verzorg uw vader in zijn ouderdom, en bedroef hem niet in uw leven.

14Als hem het verstand begeeft, zo houd hem dat ten goede, en wees op uw hoede met al uw vermogen dat u hem niet onteert.

15Want de barmhartigheid, die u uw vader bewijst, zal niet vergeten worden.

16En in plaats van de zonden zult u daartegen gebouwd worden.

17In de dag van de verdrukking zal aan u gedacht worden, zoals schoon weer het ijs, zo zullen uw zonden versmelten.

18Wie zijn vader verlaat, die is zoals een godslasteraar, en wie zijn broer tot toorn verwekt, die is vervloekt van Heere.

19Mijn kind, voer uw werken uit met zachtmoedigheid, en u zult door aangename mensen geliefd worden.

20Hoe groter u bent, verneder uzelf des te meer, en u zult bij Heere genade vinden.

21Velen zijn hoog en zeer beroemd, maar de zachtmoedigen worden de geheimen geopenbaard.

22Want de macht van Heere is groot, en wordt door de nederigen geëerd.

23Dingen die u te zwaar zijn, onderzoek ze niet onbedacht, en die u te sterk zijn ondertast ze niet uit dwaasheid. Wat u bevolen is, overleg dat heilig.

24Want het is u niet nodig, verborgen dingen met ogen te zien.

25Wees niet ijdel bezig in overvloedigheid van uw woorden, want u zijn meer dingen aangewezen, dan het verstand van de mensen begrijpen kan.

26Velen heeft hun ijdel vermoeden bedrogen, en boos achterdenken heeft hun gemoed doen wankelen; als u geen oogappelen hebt zult u aan het licht gebrek hebben, en als het u aan kennis ontbreekt, zo verkondig die niet.

27Een hard hart zal op het laatste kwalijk varen, en die het gevaar liefheeft zal daarin vergaan.

28Een hard hart zal bezwaard worden met moeite, en de zondaar zal zonden, op zonden ophopen.

29Als ongeluk over de hoogmoedigen gebracht wordt, zo is daar geen genezing; zijn aanslagen zullen ontworteld worden, want een plant van de boosheid is in hem ingeworteld.

30Het hart van de verstandige denkt op gelijkenis, en het oor van de toehoorder is de begeerte van de wijze.

31Het water blust het vlammende vuur uit, en door liefdegaven verzoent men de zonden.

32En Heere, die de weldaden vergeldt, gedenkt aan deze in het toekomende, en hij zal in de tijd van zijn val een steunsel vinden.