BijbelJezus Sirach

Jezus Sirach 32

Lees Jezus Sirach 32 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 Hoe een oud en aanzienlijk man zich moet gedragen bij het spreken aan tafel. 8 Hoe een jongeman bij het stil zwijgen, 12 en bijtijds naar huis gaan. 15 Een vroom man heeft het onderwijs lief, 18 maar een goddeloze haat het. 20 In al ons doen moeten wij op Gods gebod en goede raad letten, 23 en de HEERE vertrouwen.

1HEBBEN zij u tot een overste gesteld, verhef u niet, maar wees bij hen als een van hen.

2Bezorg hen, en zet u zo neer.

3En doe al wat nodig is te doen, en als u zult geprezen zijn, zo rust, opdat u van hunnentwege verheugd bent, en om wel versierd te wezen een kroon mag ontvangen.

4Spreek, u die oud bent, want dat past u, maar met ernstige wetenschap, en u zult het snarenspel verhinderen.

5Waar men toeluistert, giet daar uw rede niet uit, en wees niet wijs buiten tijds.

6De samenstemming van de muzikanten in een wijngelag is zoals een zegel van een karbonkel op een gulden sieraad.

7Het gezang van de muzikanten bij zoete wijn, is als een zegel in een smaragd op een gulden stuk werk.

8Spreek, jongeling, als het u nodig is, en dat nauwelijks, als u tweemaal gevraagd wordt.

9Maak uw rede kort, zeg met weinig woorden veel; wees zoals een die verstaat en evenwel zwijgt.

10Zijnde onder de groten, maak u hun niet gelijk, en waar oude mensen zijn, heb niet veel gekakel.

11De bliksem gaat haast voor de donder heen, en voor een eerbaar mens gaat aangenaamheid.

12Word bij tijds wakker, en wees niet van de laatsten; loop heen naar huis, en vertraag niet.

13Speel daar, en doe wat u voorgenomen hebt, maar niet met zonden en hoogmoedige woorden.

14En dank hiervoor hem die u gemaakt heeft, en u dronken maakt van zijn goederen.

15Wie Heere vreest, die zal zijn onderwijzing aannemen, en die zich vroeg tot Hem maken, zullen vinden wat hun wel behaagt.

16Wie de wet zoekt, die zal daarvan vervuld worden; maar wie geveinsd is, zal daarover struikelen.

17Die Heere vrezen, zullen vinden dat recht is, en zullen gerechtigheden aansteken als een licht.

18Een goddeloos mens ontwijkt de bestraffing, en naar zijn wil vindt hij uit wat hem behaagt.

19Een welberaden man veracht de bedenking niet, maar een vreemde en hoogmoedige is voor vrees niet bevreesd, en nadat hij iets gedaan heeft, is hij bij zichzelf zonder raad.

20Doe niets zonder raad, en als u het gedaan hebt, laat het u niet berouwen.

21Ga niet op de weg waarop men licht valt, en u zult tegen geen steenachtige plaatsen aanstoten.

22Vertrouw op de weg niet, die zonder aanstoot is, en wees op uw hoede voor uw kinderen.

23Vertrouw uzelf in alle goede werken, want ook dat is een onderhouding van de geboden.

24Wie Heere gelooft, die let op het gebod, en wie zijn betrouwen op Hem zet, die zal geen gebrek hebben.