BijbelJezus Sirach

Jezus Sirach 33

Lees Jezus Sirach 33 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 Een godvrezend man heeft de wet van God lief. 4 Men moet niet antwoorden dan na rijp beraad. 7 Hoewel alle dagen en alle mensen van nature gelijk zijn, heeft God toch de een boven de ander begiftigd en verheven. 18 De ouders moeten zich niet onder de macht van hun kinderen geven, noch hun bezittingen tijdens hun leven aan hen overdragen. 24 Hoe een heer zich moet gedragen tegenover zijn dienstknechten.

1HEM die Heere vreest, zal geen kwaad ontmoeten, maar Hij zal Hem in verzoeking ook weer daaruit verlossen.

2Een wijs man zal de wet niet haten maar wie daarin geveinsd is, die is zoals een schip in een storm van vele golven.

3Een verstandig mens vertrouwt de wet, en de wet is hem getrouw.

4Zoals de vraag klaar is, zo bereid de rede, en zo zult u gehoord worden; bind de onderwijzing samen en antwoord dan.

5Het binnenste van de zot is zoals het rad aan een wagen, en zijn overlegging is zoals een as die omloopt.

6Een vriend, die een bespotter is, is zoals een springhengst, hij briest onder een ieder, die op hem zit.

7Waarom overtreft de ene dag de andere dag, zo toch al het licht van de dagen in het jaar van de zon komt?

8Zij zijn in de kennis van Heere onderscheiden, en Hij heeft de tijden en de feesten veranderd.

9Van deze heeft hij sommige verhoogd en geheiligd, en uit hen sommige gesteld tot het getal van de gemene dagen.

10En alle mensen komen van de aardbodem, en uit de aarde is Adam geschapen.

11Evenwel heeft hen Heere door Zijn grote wetenschap onderscheiden, en hun wegen veranderd.

12Enige uit hen heeft hij gezegend en verhoogd, en enige uit hen heeft hij geheiligd, en tot hem doen naderen, enige uit hen heeft hij vervloekt en vernederd en ze van hun staat af gestort.

13Zij zijn in zijn hand zoals het leem van een pottenbakker, al zijn wegen zijn naar zijn welbehagen.

14Zo is ook de mens in de hand van degene, die hem gemaakt heeft, dat hij hen vergelde naar zijn oordeel.

15Zoals het goede staat tegen het kwade, en het leven tegen de dood, zo staat de godvrezende tegen de zondaar, zo ook de zondaar tegen de godvrezende man; en ingelijks, aanschouw al de werken van de Allerhoogste, zij zijn alle twee, het één tegen het ander.

16En ik ben de laatste ontwaakt zoals een die achter de wijnlezers de druiven naleest, toch ben ik door de zegen van Heere bevorderd, en heb de wijnpers gevuld zoals een wijnlezer.

17Merk dat ik niet voor mij alleen heb gewerkt, maar voor al degenen, die onderwijzing zoeken.

18Hoor u groten, en u die de gemeente regeert, laat het tot uw oren ingaan.

19Geef uw zoon een vrouw, broer en vriend geen macht over u, zo lang u leeft, en geef uw goederen aan geen ander, opdat u niet berouw hebbende daarom behoeft te smeken.

20Zolang als u nog leeft en adem in u is, geef uzelf in niemands macht over.

21Want het is beter dat de kinderen u smeken, dan dat u naar de handen van uw zonen ziet.

22Maak, dat u in al uw werken anderen te boven gaat, en hang geen schandvlek aan uw eer.

23Verdeel uw erfgoed in de dag van de voleinding van de dagen van uw leven, en in de tijd van uw dood.

24Voor een ezel behoort voer, en een stok en last; voor een huisknecht voedsel, en tuchtiging, en werk.

25Doe hem werken door tuchtiging, en hij zal rust zoeken; laat hem de handen leeg zijn, en hij zal vrijheid zoeken.

26Het juk en touw buigen voor de hals van een os, maar de pijnbank en pijniging zijn voor een kwade huisknecht.

27Drijf hem tot het werk, opdat hij niet leeg ga, want de nietsdoen leert veel kwaads.

28Stel hem aan het werk, zoals hem past.

29Als hij niet gehoorzaam is, verzwaar zijn boeien, maar wees niet te streng tegenover iemands lichaam, en doe niets zonder oordeel.

30Heb u een huisknecht, dat hij u zij zoals uw ziel, omdat u hem door bloed verkregen hebt; zo u een huisknecht hebt, behandel hem zoals een broer, want hij is zoals uw ziel, u zult hem behoeven.

31Als u hem onrechtvaardig zou mishandelen, en hij oprijzende weg zou lopen, waar zult u hem zoeken?