Jezus Sirach 35
Lees Jezus Sirach 35 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 Welke offers God aangenaam zijn. 14 God is een wreker van de armen, de wezen en de weduwen. 17 God hoort het gebed van de vromen en nederigen, 19 maar oefent wraak over de onrechtvaardigen en onbarmhartigen.
1WIE de wet bewaart, die doet offergaven genoeg; wie op de geboden acht heeft, die offert een slachtoffer van het heil.
2Wie een weldaad vergeldt, is zoals die meelbloem offert, en wie een liefdegave doet, die offert een dankoffer.
3Het is het welbehagen van Heere dat men afsta van boosheid, en afstaan van ongerechtigheid is verzoening.
4Verschijn niet leeg voor het aangezicht van Heere.
5Want al deze dingen moet men doen vanwege het gebod.
6De offergave van de rechtvaardige maakt het altaar vet, en de goede reuk daarvan komt voor de Allerhoogste.
7Het slachtoffer van een rechtvaardige man is aangenaam, en de herinnering daarvan zal niet vergeten worden.
8Verheerlijk Heere met een goed oog, en verminder de eerstelingen van uw handen niet.
9Heb een vrolijk aangezicht in al uw gaven, en heilig uw tiende met verheuging.
10Geef de Allerhoogste naar wat Hij u gegeven heeft, en met een goed oog wat uw hand gevonden heeft.
11Want Heere is een vergelder, en Hij zal het zevenvoudig vergelden.
12Besnoei uw gave niet, want hij zou ze niet aannemen, en bemoei u met geen onrechtvaardig slachtoffer.
13Want Heere is een rechter, en bij Hem is geen achting van het aangezicht.
14Heere zal het aangezicht van degene die zich tegen de arme stelt niet aannemen, maar de smeking van degene die onrecht lijdt zal Hij verhoren.
15Hij zal het smeken van de wezen niet verachten, noch de weduwe als zij haar klaagrede tot hem uitstort.
16Stromen niet de tranen van de weduwe af op de wang? en haar geschrei tegen hem, die ze heeft doen neerkomen?
17Die God dient met welbehagen zal aangenomen worden, en zijn gebed zal tot aan de wolken raken.
18Het gebed van de nederige gaat door de wolken, en hij wordt niet getroost, voordat hij nabij gekomen is, en laat niet af voordat de Allerhoogste het zal ingezien hebben, die de rechtvaardige zal oordelen en recht doen.
19Ook zal Heere niet vertragen, en de machtige zal niet geduldig zijn over hen, voordat Hij de lendenen van de onbarmhartigen verbroken zal hebben.
20Ja, hij zal de volken wraak vergelden, totdat hij de menigte van de smaders zal weggenomen, en de scepters van de onrechtvaardigen verbroken zal hebben.
21Totdat hij de mens vergelde naar zijn handelingen, en de werken van de mensen naar hun gedachten.
22Totdat hij zal hebben geoordeeld het recht van zijn volk, en hen doen verheugen in zijn barmhartigheid.
23Hoe tijdig is de barmhartigheid in de tijd van de verdrukking; zij is zoals de wolken in de tijd van de droogte.