Jezus Sirach 36
Lees Jezus Sirach 36 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 Een gebed tot God voor het volk Israël, tegen hen die het verdrukken. 20 Men moet de woorden beproeven die gesproken worden. 23 Het geluk dat een mooie, zachtmoedige en goede vrouw haar man brengt.
1ONTFERM U over ons, Heere, God van alle dingen, en zie ons aan.
2En zend Uw vrees over al de volken die U niet zoeken.
3Verhef Uw hand over de vreemde volken, laat hun Uw vermogen zien.
4Zoals U voor hun ogen geheiligd bent geweest in ons, dat U ook voor ons groot gemaakt mag worden in hen.
5Dat zij U mogen kennen zoals ook wij U kennen, want daar is geen God behalve U, o Heere.
6Vernieuw Uw tekenen, en verander Uw wonderen.
7Verheerlijk Uw hand en rechterarm, opdat zij Uw wonderen mogen vertellen.
8Verwek Uw toorn, en giet Uw toorn uit.
9Neem de tegenstander weg, en verbrijzel de vijand.
10Maak dat de tijd haast kome, en gedenk aan de toorn, en laat Uw wonderen verteld worden.
11Die behouden is geweest, wordt door een vurige toorn verslonden, en die Uw volk kwellen, laat die het verderf vinden.
12Verbrijzel de hoofden van de oversten van de volken, die zeggen: Daar is niemand behalve wij.
13Vergader alle stammen van Jakob, en stel hen in hun erfdeel, zoals van het begin.
14Ontferm U over Uw volk, Heere, dat naar Uw naam genoemd is; en over Israël, dat U Uw eerstgeborene genoemd hebt.
15Bewijs barmhartigheid aan Uw heilige stad Jeruzalem, die de plaats van Uw rust is.
16Vervul Sion om Uw woorden te verheffen, en Uw volk met Uw heerlijkheid.
17Geef getuigenis degenen die van de beginne af Uw bezittingen zijn, en verwek profeten in Uw naam.
18Geef loon degenen die U verwachten, en maak dat Uw profeten geloofd worden.
19Verhoor, Heere, de smekingen van Uw knechten, naar de zegen van Aäron over Uw volk, en allen die op aarde wonen zullen bekennen dat U een Heere van de eeuwen bent.
20De buik eet alle voedsel, toch is het ene voedsel beter dan het andere.
21De keel smaakt het voedsel van het stuk wild, zo onderkent een verstandig hart leugenachtige redenen.
22Een verdraaid hart zal verdriet geven, maar een mens, die veel ervaren heeft, zal hem vergelden.
23Een vrouw neemt iedere man aan, maar de ene dochter is schoner dan de andere.
24De schoonheid van de vrouw verblijdt het aangezicht, en gaat alle lust van de mens te boven.
25Is dan op haar tong barmhartigheid, en zachtmoedigheid, en genezing, zo is haar man niet zoals andere mensenkinderen.
26Die een goede vrouw krijgt, die begint goederen te bezitten, aangezien hij een hulp heeft, die hem gelijk is, en een pilaar waar hij op rusten mag.
27Waar geen heining is, daar wordt wat men bezit verscheurd, en waar geen vrouw is, daar zal de man zuchten en dwalen.
28Want wie zal een toegeruste moordenaar betrouwen, die uit de ene stad in de andere sluipt; zo betrouwt men een mens niet, die geen nest heeft, en neemt herberg waar hij ’s avonds ook is.