BijbelJezus Sirach

Jezus Sirach 39

Lees Jezus Sirach 39 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 Langs welke wegen de wijsheid verkregen wordt, 10 en welke haar lofwaardige vruchten zijn. 16 Vermaningen tot alle vromen, om God in al zijn werken te prijzen. 27 Met een dreigement tot de goddelozen, dat de werken en schepselen van God hun tot straf zullen worden.

1DEZE onderzoekt de wijsheid van alle ouden, en is bezig in de profetieën.

2De vertelling van de beroemde mannen onthoudt hij, en in kloeke spreuken gaat hij met hen om.

3Hij onderzoekt verborgen spreekwoorden, en in raadselen van de spreuken oefent hij zich.

4Midden onder de groten dient hij, en onder de vorsten wordt hij gezien.

5Het land van vreemde volken doorreist hij, want hij heeft wat goed en kwaad is onder de mensen beproefd.

6Hij begeeft zijn hart tot Heere, om vroeg te komen tot degene die Hem gemaakt heeft, en tot de Allerhoogste smeekt hij.

7En doet zijn mond open tot het gebed, en smeekt voor zijn zonden.

8Als die grote Heere wil, zo zal hij met de geest van het verstand vervuld worden.

9Hij zal de woorden van zijn wijsheid als een regen uitgieten, en in zijn gebed dankt hij Heere.

10Hij maakt zijn raadslag en wetenschap recht, en overlegt zijn verborgen dingen.

11Hij brengt de onderwijzing van zijn leer te voorschijn, en in de wet van het verbond van Heere roemt hij.

12Velen zullen zijn verstand prijzen, en dat zal in eeuwigheid niet uitgewist worden.

13Zijn herinnering zal niet vergaan, en zijn naam zal leven tot in alle geslachten.

14Zijn wijsheid vertellen de volken, en de gemeente verkondigt zijn lof.

15Als hij in het leven blijft, zo zal hij een betere naam nalaten dan duizend anderen; en als hij komt te rusten, zo verkrijgt hij die voor zich.

16Nog zal ik vertellen wat ik bedacht heb, want ik ben vervuld zoals de volle maan.

17U heiligen hoort mij, en spruit uit zoals een roos, die geplant is aan een stromend water;

18En brengt een bloem voort zoals een lelie; geef een reuk van u, en zingt een lofzang.

19Loof Heere over al Zijn werken met gezang van de lippen, en met citers; en zegt zo in uw dankzegging:

20De werken van Heere zijn alle zeer schoon, en al wat Hij gebiedt gebeurt in zijn tijd; men mag niet zeggen: Wat is dit? want al deze dingen zullen op hun tijd onderzocht worden.

21Door zijn woord stond het water zoals één hoop, en door het woord van zijn mond de boezem van de wateren.

22Al zijn welbehagen is in zijn gebod, en daar is niemand die verminderen zal wat hij behouden wil.

23De werken van alle vlees zijn voor zijn aangezicht, en daar kan niets verborgen worden voor zijn ogen.

24Van eeuw tot eeuw ziet hij daarop, en daar is niets te wonderlijk voor hem.

25Men mag niet zeggen: Wat is dit? want alle dingen zijn tot hun gebruik geschapen.

26Zijn zegen bedekt de aarde zoals een rivier, en zoals een watervloed het droge land dronken maakt;

27Zo erven de volken zijn toorn, zoals hij de wateren in pekel verkeert.

28Zijn wegen zijn de heiligen recht, zoals zij de goddelozen tot aanstoot zijn.

29Goede dingen zijn in het begin voor de goede mensen geschapen, zo de kwade dingen voor de zondaars.

30Het voornaamste dat tot het leven van de mens nodig is, is water, en vuur, en ijzer, en zout, en tarwemeel, en melk en honing, druivenbloed, en olie, en een kleed.

31Alle deze zoals ze de godvrezende goede dingen zijn, zo worden ze de zondaar in kwaad verkeerd.

32Daar zijn de geesten die tot wraak geschapen zijn, en door hun toorn bevestigt God hun geselen, als de tijd voltooid is, dan gieten zij hun sterkte uit, en stillen de toorn van degene die ze gemaakt heeft.

33Het vuur en de zee, en de honger, en de dood; al deze dingen zijn tot wraak geschapen.

34De tanden van de wilde dieren, en de schorpioenen, en adders, en het zwaard doende wraak aan de goddelozen tot hun verderf.

35In zijn bevel verheugen zij zich,

36En op de aarde zijn zij gereed tot zijn diensten, en wanneer hun tijd gekomen is, zo overtreden zij het woord niet.

37Daarom ben ik van het begin af hierin bevestigd geworden, en heb deze dingen overdacht en in geschrift nagelaten.

38Al de werken van Heere zijn goed, en al wat nodig is verleent Hij als het tijd is.

39En men mag niet zeggen: Dit is bozer dan dat, want alle dingen zullen op hun tijd goed gekend worden.

40En nu, lofzingt met uw hele hart en mond, en looft de naam van Heere.