Jezus Sirach 4
Lees Jezus Sirach 4 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 Gaat voort met de vermaningen tot goeddadigheid. 12 Verhaalt de vruchten van de wijsheid voor hen die standvastig zijn, en hoe zij hen beproeft. 34 [24] Spreekt over twee soorten beschaamdheid, waarvan de ene geprezen, maar de andere bestraft wordt. 33 Vermaant tot kloekmoedigheid in het verdedigen van de waarheid. 35 En vermaant de huisvader tot goedertierenheid tegenover zijn huisgenoten.
1MIJN kind, laat het leven van de arme geen gebrek lijden, en stel de behoeftige ogen niet uit.
2Bedroef de hongerige ziel niet, en stel niemand uit zijn behoefte.
3Ontroer een verstoord hart niet verder, en onthoud de gave van de behoeftige niet.
4Weiger de verdrukte niet die u smeekt, en keer uw aangezicht niet af van de arme.
5Van de behoeftige keer uw ogen niet af, en geef niemand oorzaak u te vervloeken.
6Want als iemand u vervloekt in bitterheid van zijn ziel, zijn gebed zal hij horen, die hem gemaakt heeft,
7Maak u zelf lieftallig in de vergadering, en verneder uw hoofd voor een machtige.
8Neig uw oor tot de arme, zonder verdriet; en antwoord hem vreedzaam met zachtmoedigheid.
9Verlos degene die onrecht lijdt uit de hand van hem die onrecht doet, en wees niet kleinmoedig als u oordeelt.
10Wees de wezen als een vader, en hun moeder in plaats van een man.
11En u zult zijn zoals een zoon van de Allerhoogste, en hij zal meer van u houden dan uw moeder doet.
12De wijsheid verhoogt haar eigen kinderen, en neemt degenen aan die haar zoeken.
13Wie haar liefheeft, die heeft het leven lief, en die zich vroeg opmaken tot haar, zullen met verheuging vervuld worden.
14Die haar vasthoudt zal eer beërven, en waar zij ingaat, die zal Heere zegenen.
15Die haar dienen, die zullen de heilige dienen, en die haar liefhebben, heeft Heere lief.
16Die haar gehoorzaam is, zal de volken richten; en die op haar acht neemt, zal zeker wonen.
17Als hij haar vertrouwt, zo zal hij haar beërven, en zijn nakomelingen zullen in bezitting blijven.
18Want verkeerd zal zij in het eerst met hem omgaan.
19Vrees en bloôheid zal zij over hem brengen, en zal hem pijnigen met haar tuchtiging, totdat zij in zijn ziel vertrouwen zal hebben, en hem verzocht hebben door haar rechten;
20En zij zal opnieuw tot hem keren door een rechte weg en hem verheugen;
21En zal hem haar verborgen dingen openbaren.
22Als hij zou afdwalen, zo zal zij hem verlaten, en hem overlaten in de handen van zijn ongeval.
23Neem de gelegenheid van de tijd waar, en wees op uw hoede voor het boze.
24En word niet beschaamd voor uw ziel.
25Want daar is een beschaamdheid, die zonde aanbrengt, en daar is een beschaamdheid, die eer en gunst brengt.
26Neem de persoon niet aan tegen uw ziel, en word niet schaamrood in uw ongeval.
27Weer het woord niet in de geschikte tijd van de behouding;
28En verberg uw wijsheid niet om aangenaam te zijn.
29Want de wijsheid zal in het woord bekend worden, en de onderwijzing in de woorden van de tong.
30Spreek de waarheid niet tegen in enig stuk, en word schaamrood over de leugen van uw ongeschiktheid.
31Schaam u niet uw zonden te belijden, en bedwing de vloed van de stroom niet.
32Onderwerp uzelf aan geen dwaas mens, en neem de persoon van de machtige niet aan.
33Kamp voor de waarheid tot in de dood, en God Heere zal voor u strijden.
34Wees niet stout met uw tong, en lui en slap in uw werken.
35Wees niet als een leeuw in uw huis, en onder uw huisknechten als een die met verbeelding gekweld is.
36Laat uw hand niet uitgestrekt zijn om te nemen, en samen getrokken in het geven.