Jezus Sirach 41
Lees Jezus Sirach 41 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 Voor wie de dood bitter is, en voor wie hij aangenaam is. 8 Welke plagen de kinderen van de goddelozen overkomen. 15 Daarom moet men ervoor zorgen om een goede naam en wijsheid te verkrijgen. 20 Over welke zaken men zich bij alle soorten mensen moet schamen.
1O dood, hoe bitter is de herinnering van u, voor een mens, die in vrede leeft bij zijn goederen.
2Voor een man die goede rust heeft, en die het welgaat in alles, en nog sterk is om voedsel te nemen.
3O dood, uw oordeel is aangenaam voor een mens, die behoeftig is en die aan sterkte afgenomen heeft.
4Voor een die in zijn uiterste ouderdom is, en ongeveer alle dingen bezig is, en zichzelf mistrouwt, en de volharding verloren heeft.
5Vrees het oordeel van de dood niet; gedenk aan degenen die voor u geweest zijn, en die na u komen zullen, want dit is het oordeel aan uw vlees door Heere opgelegd.
6En wat wilt u weigerend zijn in wat de Allerhoogste wel behaagt?
7Of u tien, of honderd, of duizend jaren leeft, in het graf is geen bestraffing van het leven.
8De kinderen van de zondaren worden gruwelijke kinderen, en die in de gebuurschappen van de goddelozen samen verkeren.
9Het erfdeel van de kinderen van de zondaars vergaat, en bij hun zaad blijft steeds versmaadheid.
10Een goddeloze vader schelden zijn kinderen, omdat zij om zijnentwil gesmaad worden.
11Wee u, u goddeloze mannen, u die de wet van de Allerhoogste verlaten hebt.
12Want als u vermenigvuldigt, het is tot verderfenis, en als u geboren wordt, zo wordt u tot een vloek geboren, en als u sterft, zo wordt u de vloek tot een deel.
13Al wat uit de aarde is, zal weer in de aarde keren; zo gaan de goddelozen naar het verderf.
14De mensen dragen rouw vanwege hun lichamen, maar de boze naam van de mensen zal uitgewist worden.
15Draag zorg om een goede naam te verkrijgen, want die zal u bijblijven meer dan duizend grote schatten goud.
16Een goed leven heeft een zeker getal van de dagen, maar een goede naam blijft in eeuwigheid.
17Mijn kinderen, bewaart de tucht in vrede.
18De wijsheid, die verborgen is, en een schat, die niet te voorschijn komt, wat nut heeft men van beide?
19Een mens, die zijn dwaasheid verbergt, is beter dan een mens, die zijn wijsheid verbergt.
20Dat men zich dan ontzie voor mijn woord, want het is niet goed in alle dingen schaamte te houden, en alle dingen worden niet door allen in getrouwheid goed gekend.
21Schaam u voor vader en moeder vanwege hoererij, en voor een vorst en machtige vanwege de leugen;
22Voor een rechter en overste vanwege mishandeling, voor een vergadering en voor het volk, vanwege overtreding van de wet.
23Voor een metgezel en vriend vanwege ongerechtigheid, en voor de plaats, waar u als vreemdeling woont, vanwege dieverij;
24Schaam u voor verachting van Gods waarheid en verbond; en met de elleboog te liggen op het brood, en voor schandelijke afwijzing in het ontvangen en uitgeven.
25Schaam u ook voor degene, die u groet vanwege uw stilzwijgen; vanwege het aanschouwen van een lichte vrouw; en dat u uw aangezicht afwendt van een mens die edel is.
26Schaam u iemands deel weg te nemen, en wat hem gegeven is, en te letten op een vrouw die een man heeft.
27Van te veel u met anderen te bemoeien, en van een dienstmaagd, stelt u niet bij haar bed.
28Schaam u ook voor uw vriend vanwege woorden van de verwijting, en als u hem wat gegeven hebt verwijt hem dat niet.
29Schaam u van weer te gaan zeggen wat u gehoord hebt, en te openbaren verborgen zaken;
30U zult recht schaamachtig zijn, en gunst vinden bij alle mensen.