Jezus Sirach 42
Lees Jezus Sirach 42 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 Over welke zaken men zich tegenover niemand moet schamen. 11 De zorg van een vader voor zijn dochter. 15 En het gevaar voor een man bij het gezelschap van vrouwen. 18 God is wonderbaar in het besturen van al zijn werken.
1SCHAAM u niet vanwege deze navolgende dingen, en neem geen persoon aan om te zondigen.
2Vanwege de wet van de Allerhoogste en het verbond, en vanwege het oordeel, om een goddeloze te rechtvaardigen;
3Noch om te horen spreken uw metgezel, en die met u over weg reizen; noch de vrienden hun erfdeel te geven.
4En schaam u niet, dat u nauw let op de waag en het gewicht; noch dat u veel of weinig bezit;
5Noch dat u aan de kooplieden verscheidenlijk verkoopt, en dat u de kinderen wel tuchtigt;
6Noch dat u een slechte huisknecht zijn zijde doet bloeden.
7Bij een slechte vrouw is verzegelen goed, en waar veel handen zijn sluit daar toe.
8Als u wat overgeeft, doe het bij getal en gewicht, en stel alles, uitgifte en ontvangst, in geschrift.
9En schaam u niet dat u een onverstandige en dwaas onderwijst, en een geheel oude, die met de jonge mensen twist;
10En u zult recht onderwezen, en bij een ieder, die leeft, geacht worden.
11Een dochter is haar vader een in het geheim waken, en zijn zorg voor haar beneemt de slaap.
12En in haar jeugd vreest hij dat zij misschien niet veroude, en is zij getrouwd, dat zij misschien niet gehaat wordt.
13Is zij maagd, dat zij niet misschien ontreinigd, en in het huis van haar vader zwanger wordt, en hebbende een man, dat zij niet misschien overtrede, en getrouwd zijnde, niet misschien onvruchtbaar zij.
14Houd scherpe wacht over een eigenzinnige dochter, dat zij niet misschien make dat uw vijanden over u vrolijk zijn, dat men in de stad van u spreke en het volk u naroepe, en zij u beschame in de menigte van mensen.
15Zie niet op de schoonheid van enig mens, en zit niet in het midden van de vrouwen.
16Want van de kleren komt de mot voort, en van de vrouw de boosheid van de vrouw.
17De boosheid van een man is beter dan een goeddadige vrouw, namelijk een vrouw die beschaamd maakt tot versmaadheid.
18Nu zal ik gedenken de werken van Heere, en wat ik gezien heb zal ik vertellen: in de woorden van Heere ziet men Zijn werken.
19De zon ziet, terwijl zij verlicht, op alle dingen, en haar werk is vol van de heerlijkheid van Heere.
20Heere heeft Zijn heiligen niet gegeven al zijn wonderen te vertellen.
21Heere, de Almachtige heeft de hele wereld gevestigd, dat zij onderstut wordt door Zijn heerlijkheid.
22De afgrond en het hart onderzoekt hij, en is bedacht op de boze aanslagen daarvan.
23Want de Allerhoogste kent alle wetenschap, en ziet op de tekenen van de eeuw.
24Hij verkondigt de dingen die voorbijgegaan zijn, en die nog worden zullen, en hij ontdekt de voetstappen van de verborgen dingen.
25Geen gedachte gaat hem voorbij; daar is voor hem ook niet één woord verborgen.
26Hij heeft de heerlijke werken door zijn wijsheid versierd; hij die is vóór de wereld en in de eeuwigheid.
27Hij wordt noch vermeerderd, noch verminderd; en behoeft geen raadgever.
28Hoe waard zijn al zijn werken om te begeren! en om aanschouwd te worden tot op een vonkje toe!
29Al deze dingen leven en blijven in de eeuwigheid in al hun gebruik en zijn hem alle gehoorzaam.
30Alle dingen zijn dubbel, het een tegenover het ander, en hij heeft niets gebrekkigs gemaakt.
31Het een bevestigt het goede van het andere, en wie zal verzadigd worden aanschouwende de heerlijkheid van God?