BijbelJob

Job 26

Lees Job 26 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

Job, die Bildad beschuldigd had omdat hij hem meer verschrikt dan getroost had, vers 1 enz. erkent en beschrijft de werken van de onbegrijpelijke Majesteit van God, waarover Bildad begonnen was te spreken, 5. en toont dat wij daar maar weinig van weten te verhalen, 14.

1Maar Job antwoordde en zei:

2Hoe hebt u geholpen die, die zonder kracht is, en behouden de arm, die zonder sterkte is?

3Hoe hebt u hem geraden, die geen wijsheid heeft, en de zaak, zo zij is, ten volle bekend gemaakt?

4Aan wie hebt u die woorden verhaald? En wiens geest is van u uitgegaan?

5De doden zullen geboren worden van onder de wateren, en hun inwoners.

6Het dodenrijk is naakt voor Hem, en geen deksel is er voor het verderf.

7Hij breidt het noorden uit over het woeste; Hij hangt de aarde aan een niet.

8Hij bindt de wateren in Zijn wolken; toch scheurt de wolk daaronder niet.

9Hij houdt het vlakke van Zijn troon vast; Hij spreidt Zijn wolk daarover.

10Hij heeft een gezet perk over het vlakke van de wateren rondom afgetekend, tot aan de voleinding toe van het licht met de duisternis.

11De pilaren van de hemel sidderen, en ontzetten zich voor Zijn bestraffing.

12Door Zijn kracht klieft Hij de zee, en door Zijn verstand verslaat Hij haar verheffing.

13Door Zijn Geest heeft Hij de hemelen versierd; Zijn hand heeft de langwemelende slang geschapen.

14Zie, dit zijn maar uiterste einden van Zijn wegen; en wat een klein stukje van de zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan de donder van Zijn mogendheden verstaan?