Johannes 15
Lees Johannes 15 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Christus vergelijkt zichzelf bij een wijnstok en zijn discipelen bij de ranken, die in hem blijvend door hem veel vruchten voortbrengen. 9 Betuigt van zijn bijzondere liefde jegens hen en vermaant hen tot onderhouden van zijn geboden en onderlinge liefde. 13 Welke liefde hij daarmee betoont dat hij zijn leven voor hen geeft. 14 En hen zijn vrienden en uitverkorenen noemt. 18 Troost hen tegen de haat van de wereld met zijn eigen voorbeeld. 22 Toont dat door zijn woord en werken de Joden alle voorwending van onschuld benomen is. 26 En dat de Heilige Geest van hem zal getuigen, en ook de apostelen.
1Ik ben de ware Wijnstok, en Mijn Vader is de Landman.
2Alle rank, die in Mij geen vrucht draagt, die neemt Hij weg; en al wie vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht drage.
3U bent nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb.
4Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen van zichzelf, zo zij niet in de wijnstok blijft; zo ook u niet, zo u in Mij niet blijft.
5Ik ben de Wijnstok, en u de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt u niets doen.
6Zo iemand in Mij niet blijft, die is buiten geworpen, zoals de rank, en is verdord; en men verzamelt deze, en men werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand.
7Als u in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven, zo wat u wilt, zult u begeren, en het zal u gebeuren.
8Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt; en u zult Mijn discipelen zijn.
9Zoals de Vader Mij liefgehad heeft, heb Ik ook u liefgehad; blijf in deze Mijn liefde.
10Als u Mijn geboden bewaart, zo zult u in Mijn liefde blijven; zoals Ik de geboden van Mijn Vader bewaard heb, en blijf in Zijn liefde.
11Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn blijdschap in u blijft, en uw blijdschap vervuld wordt.
12Dit is Mijn gebod, dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb.
13Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden.
14U bent Mijn vrienden, zo u doet wat Ik u gebied.
15Ik heet u niet meer dienaren; want de dienaar weet niet, wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd; want al wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik u bekend gemaakt.
16U hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en Ik heb u gesteld, dat u zou heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht blijft; opdat, zo wat u van de Vader begeren zult in Mijn Naam, Hij u dat geeft.
17Dit gebied Ik u, opdat u elkaar liefhebt.
18Als u de wereld haat, zo weet, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft.
19Als u van de wereld was, zo zou de wereld het haar liefhebben; maar omdat u van de wereld niet bent, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld.
20Gedenk van het woord, dat Ik u gezegd heb: Een dienaar is niet meerder dan zijn heer. Als zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen; als zij Mijn woord bewaard hebben, zij zullen ook het uwe bewaren.
21Maar al deze dingen zullen zij doen omwille van Mijn Naam, omdat zij Hem niet kennen, Die Mij gezonden heeft.
22Als Ik niet gekomen was, en tot hen gesproken had, zij hadden geen zonde; maar nu hebben zij geen voorwendsel voor hun zonde.
23Die Mij haat, die haat ook Mijn Vader.
24Als Ik de werken onder hen niet had gedaan, die niemand anders gedaan heeft, zij hadden geen zonde; maar nu hebben zij ze gezien, en zowel Mij als Mijn Vader gehaat.
25Maar dit gebeurt, opdat het woord vervuld wordt, dat in hun wet geschreven is: Zij hebben mij zonder oorzaak gehaat.
26Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Die Ik u zenden zal van de Vader, namelijk de Geest van de waarheid, Die van de Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.
27En u zult ook getuigen, want u bent van de beginne met Mij geweest.