Jona 2
Lees Jona 2 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Het gebed van Jona, vers 1 enz. De vis spuwt Jona, op Gods bevel, aan land, 10.
1En Jona bad tot JAHWEH, zijn God, uit het binnenste van de vis.
2En hij zei: Ik riep uit mijn benauwdheid tot JAHWEH, en Hij antwoordde mij; uit de buik van het graf schreide ik, en U hoorde mijn stem.
3Want U had mij geworpen in de diepte, in het hart van de zeeën, en de stroom omving mij; al Uw baren en Uw golven gingen over mij heen.
4En ik zei: Ik ben uitgestoten van voor Uw ogen; toch zal ik de tempel van Uw heiligheid weer aanschouwen.
5De wateren hadden mij omgeven tot de ziel toe, de afgrond omving mij; het wier was aan mijn hoofd gebonden.
6Ik was neergedaald tot de gronden van de bergen; de grendels van de aarde waren om mij heen in eeuwigheid; maar U hebt mijn leven uit het verderf opgevoerd, o JAHWEH, mijn God!
7Als mijn ziel in mij overstelpt was, dacht ik aan JAHWEH, en mijn gebed kwam tot U, in de tempel van Uw heiligheid.
8Die de valse zinloosheden onderhouden, verlaten hun goedertierenheid.
9Maar ik zal U offeren met de stem van de dankzegging; wat ik beloofd heb, zal ik betalen. Het heil is van JAHWEH.
10JAHWEH nu sprak tot de vis; en hij spuwde Jona uit op het droge.