BijbelJozua

Jozua 20

Lees Jozua 20 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

Het bevel van de HEERE aangaande de zes vrijsteden voor hen die onopzettelijk een doodslag zouden begaan, vers 1 enzovoort, en het juiste gebruik daarvan, 5. De Israelieten wijzen hiervoor zes steden aan, drie aan deze en drie aan de overzijde van de Jordaan.

1Verder sprak JAHWEH tot Jozua, zeggende:

2Spreek tot de Israëlieten, zeggende: Geef voor u de vrijsteden, waarvan Ik met u gesproken heb door de dienst van Mozes.

3Dat daarheen vlucht de moordenaar, die een ziel door dwaling, niet met wetenschap, verslaat; opdat zij u zijn tot een toevlucht voor de bloedwreker.

4Als hij vlucht tot één van die steden, zo zal hij staan aan de deur van de stadspoort, en hij zal zijn woorden spreken voor de oren van de oudsten van die stad; dan zullen zij hem tot zich in de stad nemen, en hem plaats geven, dat hij bij hen wone.

5En als de bloedwreker hem najaagt, zo zullen zij de moordenaar in zijn hand niet overgeven, omdat hij zijn naaste niet met wetenschap verslagen heeft, en hem gisteren en eergisteren niet heeft gehaat.

6En hij zal in dezelfde stad wonen, totdat hij sta voor het aangezicht van de vergadering voor het gericht, totdat de hogepriester sterve, die in die dagen zijn zal; dan zal de moordenaar terugkeren, en komen tot zijn stad, en tot zijn huis, tot de stad, vanwaar hij gevlucht is.

7Toen heiligden zij Kedes in Galilea, op het gebergte van Nafthali, en Sichem op het gebergte van Efraïm, en Kirjath-arba, deze is Hebron, op het gebergte van Juda.

8En aan de overzijde van de Jordaan, van Jericho naar het oosten, gaven zij Bezer in de woestijn, in het platte land, van de stam van Ruben; en Ramoth in Gilead, van de stam van Gad; en Golan in Bazan, van de stam van Manasse.

9Dit nu zijn de steden, die bestemd waren voor al de Israëlieten, en voor de vreemdeling, die in het midden van hen verkeert, opdat daarheen vluchte al wie een ziel slaat zonder opzet; opdat hij niet sterve door de hand van de bloedwreker, voordat hij voor het aangezicht van de vergadering gestaan zal hebben.