Jubileeën 39
Lees Jubileeën 39 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1En Jakob woonde in het land waar zijn vader vreemdeling was, het land Kanaän.
2Dit zijn de geslachten van Jakob.
3En hij stelde Jozef over heel zijn huis.
4En de Egyptenaar liet alles aan Jozef over, want hij zag dat God met hem was, en al wat hij deed, dat deed God gedijen.
5En Jozef was mooi van gestalte, en zeer bevallig was zijn gedaante.
6En hij gaf zijn ziel niet over.
7En Jozef gedacht dit woord en begeerde niet bij haar te liggen.
8En zij smeekte hem een jaar en een tweede, en hij weigerde te luisteren.
9En zij omhelsde hem en hield hem vast in het huis, om hem te dwingen bij haar te liggen.
10En die vrouw zag dat hij niet bij haar wilde liggen, en zij belasterde hem voor haar heer, zeggende: Uw Hebreeuwse knecht, die u liefhebt, heeft getracht mij geweld aan te doen, om bij mij te liggen.
11En de Egyptenaar zag het kleed van Jozef en de gebroken deur.
12En hij was daar in de gevangenis.
13En hij liet alles aan hem over, en er was geen overste van de gevangenbewaarders die iets bij hem wist, want Jozef deed alles en God volbracht het; en hij bleef daar twee jaren.
14En in die dagen werd Farao, de koning van Egypte, toornig op zijn twee kamerlingen, op de overste van de schenkers en op de overste van de bakkers, en hij wierp hen in de gevangenis, in het huis van de overste van de koks, in de gevangenis waar Jozef gevangen gehouden werd.
15En de overste van de gevangenbewaarders stelde Jozef aan om hen te dienen, en hij diende voor hun aangezicht.
16En zij beiden droomden een droom, de overste van de schenkers en de overste van de bakkers, en zij vertelden het aan Jozef.
17En gelijk hij het hun uitlegde, zo gebeurde het hun.
18En de overste van de schenkers vergat Jozef in de gevangenis, hoewel hij hem bekendgemaakt had wat hem gebeuren zou; en hij gedacht niet Farao bekend te maken wat Jozef hem gezegd had, want hij vergat het.