Jubileeën 9
Lees Jubileeën 9 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1En Cham verdeelde onder zijn zonen, en het eerste deel kwam te voorschijn voor Kus naar het oosten, en ten westen van hem voor Mizraïm, en ten westen van hem voor Put.
2En ook Sem verdeelde onder zijn zonen, en het eerste deel kwam te voorschijn voor Elam en voor zijn zonen, naar het oosten van de rivier de Tigris, totdat het nadert naar het oosten van het hele land India; en aan de Rode Zee op haar zijde, en de wateren van Dedan, en al de bergen van Mebri en Ela, en het hele land van Susan, en al wat aan de zijde van Pharnak is, tot aan de Rode Zee en tot aan de rivier de Tina.
3En voor Assur kwam het tweede deel te voorschijn, het hele land van Assur en Nineve en Sinear en Sak, tot nabij India; en het klimt op en grenst aan de rivier.
4En voor Arfaksad kwam het derde deel te voorschijn, het hele land van het gebied van Chaldea, naar het oosten van de Eufraat, dat nabij de Rode Zee is, en al de wateren van de woestijn, tot nabij de tong van de zee die naar Egypte ziet; het hele land van Libanon en Sanir en Amana, tot nabij de Eufraat.
5En voor Aram kwam het vierde deel te voorschijn, het hele land van Mesopotamië tussen de Tigris en de Eufraat, naar het zuiden van de Chaldeeën, tot nabij de bergen van Assur en het land van Arara.
6En voor Lud kwam het vijfde deel te voorschijn, de bergen van Assur en al wat daartoe behoort, totdat het nadert tot de grote zee, en het nadert naar het oosten van Assur, zijn broeder.
7En ook Jafet verdeelde het land ten erfdeel onder zijn zonen.
8En het eerste deel kwam te voorschijn voor Gomer, naar het oosten, van de zuidzijde af, tot aan de rivier de Tina.
9En voor Madai kwam een deel te voorschijn, dat hij zou bezitten van het westen van zijn beide broederen af, tot aan de eilanden en tot aan de grenzen van de eilanden.
10En voor Javan kwam het vierde deel te voorschijn, elk eiland en de eilanden die naar de zijde van Lud zijn.
11En voor Tubal kwam het vijfde deel te voorschijn, in het midden van de tong die nadert naar de zijde van het deel van Lud, tot de tweede tong, en aan de overzijde van de tweede tong tot de derde tong.
12En voor Mesech kwam het zesde deel te voorschijn, al wat aan de overzijde van de derde tong is, totdat het nadert tot het oosten van Gadir.
13En voor Tiras kwam het zevende deel te voorschijn, vier grote eilanden in het midden van de zee, die naderen tot het deel van Cham.
14En zo verdeelden de zonen van Noach voor hun zonen, in aanwezigheid van Noach, hun vader.
15En zij zeiden allen: Zo zij het, zo zij het, voor zichzelf en voor hun zonen tot in eeuwigheid, in al hun geslacht, tot aan de dag van het oordeel, waarop God hen zal oordelen met het zwaard en met vuur, om al de boosheid van de onreinheid van hun dwaling, waarmee zij de aarde vervuld hebben met overtreding en onreinheid en hoererij en zonde.