Klaagliederen 5
Lees Klaagliederen 5 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Dit is een ootmoedig gebed waarin de profeet de Heere de grote ellende van het Joodse volk voorhoudt, vers 1 enz. al hun zonden en overtredingen erkennend, 16. En biddend om genade en verlossing, 19.
1Gedenk, JAHWEH, wat ons gebeurd is, aanschouw het, en zie onze smaad aan.
2Ons erfdeel is tot de vreemdelingen gewend, onze huizen tot de buitenlanders.
3Wij zijn wezen zonder vader, onze moeders zijn als de weduwen.
4Ons water moeten wij voor geld drinken; ons hout komt ons op prijs te staan.
5Wij lijden vervolging op onze halzen; zijn wij moe, men laat ons geen rust.
6Wij hebben de Egyptenaar de hand gegeven, en de Assyriër, om met brood verzadigd te worden.
7Onze vaders hebben gezondigd, en zijn niet meer, en wij dragen hun ongerechtigheden.
8Knechten heersen over ons; er is niemand, die ons uit hun hand rukke.
9Wij moeten ons brood met gevaar van ons leven halen, vanwege het zwaard van de woestijn.
10Onze huid is zwart geworden gelijk een oven, vanwege de geweldige storm van de honger.
11Zij hebben de vrouwen te Sion verkracht, en de meisjes in de steden van Juda.
12De vorsten zijn door hun hand opgehangen; de gezichten van de ouden zijn niet geëerd geweest.
13Zij hebben de jongemannen weggenomen, om te malen, en de jongens struikelen onder het hout.
14De ouden houden op van de poort, de jongemannen van hun snarenspel.
15De vreugde van ons hart houdt op, onze rei is in treurigheid veranderd.
16De kroon van ons hoofd is afgevallen; o wee nu over ons, dat wij zo gezondigd hebben!
17Daarom is ons hart mat, om deze dingen zijn onze ogen duister geworden.
18Omwille van de berg Sion, die verwoest is, waar de vossen op lopen.
19U, o JAHWEH, zit in eeuwigheid, Uw troon is van geslacht tot geslacht.
20Waarom zou U ons steeds vergeten? Waarom zou U ons zo lange tijd verlaten?
21JAHWEH, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als van ouds.
22Want zou U ons geheel verwerpen? Zou U zozeer tegen ons toornig zijn?