Kolossenzen 3
Lees Kolossenzen 3 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 Nadat de apostel, naar zijn gewoonte, de gronden van de leer tot hier toe voorgesteld heeft, komt hij in de twee volgende hoofdstukken tot de vermaningen tot godzaligheid, en bovenal vermaant hij hen in het algemeen dat zij zouden zoeken hetgeen in de hemel is, 3 waarvan zij nu wel enige beginselen hebben, maar het volle bezit in de openbaring van Christus verwachten. 5 Daarna houdt hij hun de weg voor die daartoe leidt, namelijk het doden van de oude mens met zijn leden of ondeugden, die hij opsomt, 10 en het aandoen van de nieuwe mens, die naar Gods beeld geschapen is, met zijn geestelijke deugden. 16 Hij voegt daarbij enige middelen die daartoe dienstig zijn, zoals de rijke inwoning van Gods woord onder hen, het zingen van psalmen en dergelijke. 17 Hij vermaant hen dat zij alles richten tot Gods eer. 18 Daarna komt hij tot de bijzondere plichten, namelijk van de vrouwen en mannen tegenover elkaar, 20 van de kinderen tegenover hun ouders en van de vaders tegenover hun kinderen, 22 en ten slotte van de dienstknechten tegenover hun heren.
1Als u dan met Christus opgewekt bent, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand van God.
2Bedenk de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
3Want u bent gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.
4Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
5Dood dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, die is afgodendienst.
6Om welke de toorn van God komt over de kinderen van de ongehoorzaamheid;
7In die ook u vroeger hebt gewandeld, toen u daarin leefde.
8Maar nu legt ook u dit alles af, namelijk toorn, boosheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uw mond.
9Liegt niet tegen elkaar, omdat u uitgedaan hebt de oude mens met zijn werken,
10En aangedaan hebt de nieuwe mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Van Degene, Die hem geschapen heeft;
11Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienaar en vrije; maar Christus is alles en in allen.
12Zo doet dan aan, als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden, de innerlijke bewegingen van de barmhartigheid, goedertierenheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld;
13Verdragende elkaar, en vergevende de één de anderen, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; zoals Christus u vergeven heeft, doet ook u zo.
14En boven dit alles doet aan de liefde, die is de band van de volmaaktheid.
15En de vrede van God heerse in uw harten, tot welke u ook geroepen bent in één lichaam; en wees dankbaar.
16Het woord van Christus wone rijk in u, in alle wijsheid; leer en vermaant elkaar, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende de Heere met aangenaamheid in uw hart.
17En al wat u doet met woorden of met werken, doet het alles in de Naam van de Heere Jezus, dankende God en de Vader door Hem.
18U vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals het past in de Heere.
19U mannen, hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen haar.
20U kinderen, wees uw ouderen gehoorzaam in alles, want dat is de Heere welbehaaglijk.
21U vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.
22U dienaren, wees in alles gehoorzaam uw heren naar het vlees, niet met ogendiensten als mensenbehagers, maar met eenvoud van het hart, vrezende God.
23En al wat u doet, doet dat van harte als voor de Heere en niet voor de mensen;
24Wetende, dat u van de Heere zult ontvangen de vergelding van de erfenis; want u dient de Heere Christus.
25Maar die onrecht doet, die zal het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft; en er is geen aanneming van de persoon.