Bijbel

Leviticus

Oude Testament · 27 hoofdstukken · vrij van rechten (CC0)

Inleiding

De naam van dit boek is ontleend aan het voornaamste onderwerp dat erin behandeld wordt, namelijk de Levitische ceremoniën met al wat daarbij hoort. De bediening en waarneming daarvan was, tot onderhouding van de heilige godsdienst, door bevel van de HEERE opgedragen aan de priesters en de Levieten (die beiden uit de stam Levi voortgekomen waren). Want hier worden vooral ceremoniële wetten gegeven, niet alleen over de verschillende soorten offers, over reine en onreine personen en dieren, over feestdagen en rustdagen, maar ook over de priesters, zowel wat hun personen als wat hun ambt betreft. Daarbij komen zedelijke wetten, die leren wat men volgens de wet van de Tien Geboden doen of laten moet. Bovendien zijn er burgerlijke wetten en bepalingen over straffen tegen enkele gruwelijke zonden, die door de overheid uitgevoerd moeten worden. Tussen de wetten in zijn geschiedenissen ingevoegd: over de inwijding van de priesters in hun ambt, over de zalving van de tabernakel en zijn gereedschap, over de daadwerkelijke uitoefening van het priesterlijke ambt en de bevestiging daarvan door een goddelijk teken, en over de bestraffing van de twee priesters Nadab en Abihu, die zich in hun ambt vergrepen, en over de straf van een godslasteraar. Ook vinden wij hier beloften aan hen die Gods wetten zouden onderhouden, en verschrikkelijke dreigingen tegen hen die ze zouden overtreden. Dit alles is gebeurd in één maand, namelijk van het begin van het tweede jaar nadat de Israëlieten uit Egypte gekomen waren, tot het begin van de tweede maand van datzelfde jaar.