Leviticus 2
Lees Leviticus 2 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Wetten over de manier om het vrijwillige spijsoffer te offeren, dat was van meelbloem, ofwel rauw en ongebakken, vers 1, enz. ofwel gebakken in de oven, 4. ofwel gekookt in de pan, 5. ofwel in de ketel gekookt, 7. Met een verbod om enig zuurdeeg of honing daarin te mengen, 11. en een gebod om alle offergaven te zouten, 13. Alsmede de wijze waarop men de eerste vruchten moest offeren, 14.
1Als nu een ziel een offergave van voedseloffer voor JAHWEH zal offeren, zijn offergave zal van meelbloem zijn; en hij zal olie daarop gieten, en wierook daarop leggen.
2En hij zal het brengen tot de zonen van Aäron, de priesters, van wie er één zijn hand vol grijpen zal uit zijn meelbloem, en uit zijn olie, met al zijn wierook; en de priester zal zijn gedenkoffer aansteken op het altaar; het is een vuuroffer, tot een liefelijke reuk voor JAHWEH.
3Wat nu overblijft van het voedseloffer, zal voor Aäron en zijn zonen zijn; het is een heiligheid van de heiligheden van de vuuroffers van JAHWEH.
4En als u offeren zult een offergave van voedseloffer, een gebak van de oven; het zullen zijn ongezuurde koeken van meelbloem, met olie gemengd, en ongezuurde platte koeken, met olie bestreken.
5En als uw offergave voedseloffer is, in de pan gekookt, zij zal zijn van ongezuurde meelbloem, met olie gemengd.
6Breek ze in stukken, en giet olie daarop; het is een voedseloffer.
7En zo uw offergave een voedseloffer van de ketel is, het zal van meelbloem met olie gemaakt worden.
8Dan zult u dat voedseloffer, dat daarvan zal gemaakt worden, aan JAHWEH toebrengen; en men zal het tot de priester doen naderen, die het tot het altaar dragen zal.
9En de priester zal van dat voedseloffer zijn gedenkoffer opnemen, en op het altaar aansteken, het is een vuuroffer, tot een liefelijke reuk voor JAHWEH.
10En wat overblijft van het voedseloffer, zal voor Aäron en zijn zonen zijn; het is een heiligheid van de heiligheden van de vuuroffers van JAHWEH.
11Geen voedseloffer, dat u aan JAHWEH zult offeren, zal met desem gemaakt worden; want van geen zuurdesem, en van geen honing zult u voor JAHWEH vuuroffer aansteken.
12De offergaven van de eerstelingen zult u aan JAHWEH offeren; maar op het altaar zullen zij niet komen tot een liefelijke reuk.
13En alle offergave van uw voedseloffer zult u met zout zouten, en het zout van het verbond van uw God van uw voedseloffer niet laten afblijven; met al uw offergave zult u zout offeren.
14En zo u JAHWEH een voedseloffer van de eerste vruchten offert, zult u het voedseloffer van uw eerste vruchten van groene aren, bij het vuur gedord, dat is, het klein gebroken graan van volle groene aren, offeren.
15En u zult olie daarop doen, en wierook daarop leggen; het is een voedseloffer.
16Zo zal de priester zijn gedenkoffer aansteken van zijn klein gebroken graan en van zijn olie, met al de wierook; het is een vuuroffer voor JAHWEH.