Leviticus 3
Lees Leviticus 3 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Wetten over de manier waarop men de dankoffers moest offeren, van runderen, vers 1, enz. van schapen en van geiten, 12. met een verbod om het vet of het bloed te eten, 17.
1En als zijn offergave een dankoffer is; zo hij ze van de runderen offert, hetzij mannetje of vrouwtje, volkomen zal hij die offeren, voor het aangezicht van JAHWEH.
2En hij zal zijn hand op het hoofd van zijn offergave leggen, en zal ze slachten voor de deur van de tent van de samenkomst; en de zonen van Aäron, de priesters, zullen het bloed rondom op het altaar sprenkelen.
3Daarna zal hij van dat dankoffer een vuuroffer voor JAHWEH offeren; het vet, dat het binnenste bedekt, en al het vet, dat aan het binnenste is.
4Dan zal hij beide de nieren, en het vet, dat daaraan is, dat aan de weekdarmen is; en het net over de lever, met de nieren, zal hij afnemen.
5En de zonen van Aäron zullen dat aansteken op het altaar, op het brandoffer, dat op het hout zal zijn, dat op het vuur is; het is een vuuroffer, tot een liefelijke reuk voor JAHWEH.
6En als zijn offergave van klein vee is, voor JAHWEH tot een dankoffer, hetzij mannetje of vrouwtje, volkomen zal hij die offeren.
7Als hij een lam tot zijn offergave offert, zo zal hij het offeren voor het aangezicht van JAHWEH.
8En hij zal zijn hand op het hoofd van zijn offergave leggen, en hij zal die slachten voor de tent van de samenkomst; en de zonen van Aäron zullen het bloed daarvan sprenkelen op het altaar rondom.
9Daarna zal hij van dat dankoffer een vuuroffer voor JAHWEH offeren; zijn vet, de hele staart, die hij dicht aan de ruggegraat zal afnemen, en het vet bedekkende het binnenste, en al het vet, dat aan het binnenste is;
10Ook beide de nieren, en het vet, dat daaraan is, dat aan de weekdarmen is; en het net over de lever met de nieren, zal hij afnemen.
11En de priester zal dat aansteken op het altaar; het is een voedsel van het vuuroffer voor JAHWEH.
12Als nu zijn offergave een geit is, zo zal hij die offeren voor het aangezicht van JAHWEH.
13En hij zal zijn hand op haar hoofd leggen, en hij zal haar slachten voor de tent van de samenkomst; en de zonen van Aäron zullen haar bloed op het altaar sprenkelen rondom.
14Dan zal hij daarvan zijn offergave offeren, een vuuroffer voor JAHWEH; het vet bedekkende het binnenste, en al het vet, dat aan het binnenste is;
15En ook de beide nieren, en het vet, dat daaraan is, dat aan de weekdarmen is; en het net over de lever, met de nieren, zal hij afnemen.
16En de priester zal die aansteken op het altaar; het is een voedsel van het vuuroffer, tot een liefelijke reuk; alle vet zal van JAHWEH zijn.
17Dit zij een eeuwige inzetting voor uw generaties, in al uw woningen: geen vet noch bloed zult u eten.