Leviticus 5
Lees Leviticus 5 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Wetten over de wijze om schuldoffers te offeren, om verzoening te doen voor gehoorde en verzwegen vloek, vers 1. Voor het onbedacht aanraken van iets dat onrein was, 2. Voor lichtvaardig zweren, 4. Wat hij die zich aan een van deze schuldig had gemaakt, doen of offeren moest, 6. Alsmede wie zich tegen de geheiligde dingen van de HEERE had vergrepen, 14.
1Als nu een mens zal gezondigd hebben, dat hij gehoord heeft een stem van de vloek, waarvan hij getuige is, hetzij dat hij het gezien of geweten heeft; als hij het niet te kennen geeft, zo zal hij zijn ongerechtigheid dragen.
2Of wanneer een mens enig onrein ding zal aangeroerd hebben, hetzij het kadaver van een wild onrein gedierte, of het kadaver van onrein vee, of het kadaver van onrein kruipend gedierte; al is het voor hem verborgen geweest, toch is hij onrein en schuldig.
3Of als hij zal aangeroerd hebben de onreinheid van een mens, naar al zijn onreinheid, waarmee hij onrein wordt; en het is voor hem verborgen geweest, en hij is het gewaar geworden, zo is hij schuldig.
4Of als een mens zal gezworen hebben, onbedacht met zijn lippen uitsprekende, om kwaad te doen, of om goed te doen; naar al wat de mens in de eed onbedacht uitspreekt, en het is voor hem verborgen geweest, en hij is het gewaar geworden, zo is hij aan één van die schuldig.
5Het zal dan gebeuren, als hij aan één van die schuldig is, dat hij belijden zal, waarin hij gezondigd heeft;
6En tot zijn schuldoffer aan JAHWEH voor zijn zonde, die hij gezondigd heeft, brengen zal een vrouwtje van klein vee, een lam of een jonge geit, voor de zonde; zo zal de priester voor hem vanwege zijn zonde verzoening doen.
7Maar als zijn hand zoveel niet bereiken kan, als genoeg is tot een stuk klein vee, zo zal hij tot zijn offer voor de schuld, die hij gezondigd heeft, aan JAHWEH brengen twee tortelduiven, of twee jonge duiven, één als zondoffer, en één als brandoffer.
8En hij zal die tot de priester brengen, die eerst die zal offeren, die tot het zondoffer is; en zal haar hoofd met zijn nagel naast haar nek splijten, maar niet afscheiden.
9En van het bloed van het zondoffer zal hij aan de wand van het altaar sprenkelen; maar het overgeblevene van dat bloed zal uitgeduwd worden aan de bodem van het altaar; het is een zondoffer.
10En de andere zal hij ten brandoffer maken, naar de wijze; zo zal de priester voor hem, vanwege zijn zonde, die hij gezondigd heeft, verzoening doen, en het zal hem vergeven worden.
11Maar als zijn hand niet bereiken kan aan twee tortelduiven of twee jonge duiven, zo zal hij, die gezondigd heeft, tot zijn offergave brengen het tiende deel van een efa meelbloem als zondoffer; hij zal geen olie daarover doen, noch wierook daarop leggen; want het is een zondoffer.
12En hij zal dat tot de priester brengen, en de priester zal daarvan zijn hand vol, van de herinnering daarvan, grijpen, en dat aansteken op het altaar, op de vuuroffers van JAHWEH; het is een zondoffer.
13Zo zal de priester voor hem verzoening doen over zijn zonde, die hij gezondigd heeft in enige van die stukken, en het zal hem vergeven worden; en het zal van de priester zijn, zoals het voedseloffer.
14Verder sprak JAHWEH tot Mozes, zeggende:
15Als een mens door overtreding overtreden, en door afdwaling gezondigd zal hebben, wat onwetend van de heilige dingen van JAHWEH, zo zal hij tot zijn schuldoffer aan JAHWEH brengen een volkomen ram uit de kudde, met uw schatting aan zilveren sikkels, naar de sikkel van het heiligdom, als schuldoffer.
16Zo zal hij, dat hij zondigende heeft onwetend van de heilige dingen, wedergeven, en zal zijn vijfde deel daarenboven toedoen, dat hij de priester geven zal; zo zal de priester met de ram van het schuldoffer voor hem verzoening doen, en het zal hem vergeven worden.
17En als een mens zal gezondigd hebben, en gedaan tegen één van alle geboden van JAHWEH, dat niet zou gedaan worden, al is het dat hij het niet geweten heeft, toch is hij schuldig, en zal zijn ongerechtigheid dragen.
18En hij zal een volkomen ram uit de kudde tot de priester brengen, met uw schatting, als schuldoffer; en de priester zal voor hem verzoening doen over zijn afdwaling, waardoor hij afgedwaald is, die hij niet geweten had; zo zal het hem vergeven worden.
19Het is een schuldoffer; hij heeft zich voorzeker schuldig gemaakt aan JAHWEH.