Markus
Nieuwe Testament · 16 hoofdstukken · vrij van rechten (CC0)
Inleiding
De inhoud van dit boek, of dit Evangelie, is dezelfde als die van het Evangelie van Mattheüs, dat hij in een korter bestek lijkt samen te vatten. Hij beschrijft dan hoe de Heere Christus zijn ambt op aarde heeft uitgeoefend. Ten eerste hoe hij zijn profetisch ambt heeft bediend, met Johannes de Doper als voorloper om de weg voor hem te bereiden, door wie hij gedoopt wordt. En hoe hij, nadat hij de verzoeking van de satan overwonnen had, begonnen is het Evangelie te prediken, en hoe hij vier discipelen roept, een onreine geest uitdrijft, de schoonmoeder van Petrus geneest van de koorts en vele anderen van hun ziekten, en een melaatse reinigt, Hoofdstuk 1. Dat hij een verlamde geneest, Mattheüs tot apostel roept, zijn discipelen verdedigt dat zij niet vastten en dat zij op de sabbat aren geplukt hadden, Hoofdstuk 2. Dat hij iemand geneest die een verdorde hand had, dat een grote menigte hem volgt, dat hij er twaalf tot apostelen roept, de waarheid van zijn wonderwerken verdedigt tegen de laster van zijn vijanden, en leert wie zijn verwanten zijn, Hoofdstuk 3. Dat hij door een gelijkenis van het zaad leert hoe men Gods Woord vruchtbaar moet horen en het openlijk prediken, en hoe het geleidelijk toeneemt, zoals een opgroeiend zaad en zoals een mosterdzaad, en dat hij een storm stilt, Hoofdstuk 4. Dat hij een legioen duivelen uitdrijft, de dochter van Jaïrus uit de dood opwekt en een bloedvloeiende vrouw geneest, Hoofdstuk 5. Dat hij te Nazareth onderwijst en zijn apostelen uitzendt om het Evangelie te prediken; wat Herodes, die Johannes had onthoofd, van Christus dacht; hoe hij vijfduizend mannen voedt met vijf broden en twee vissen, over het water loopt, bij zijn discipelen komt en vele zieken geneest, Hoofdstuk 6. Hoe hij de Farizeeën bestraft dat zij met hun inzettingen de wet van God krachteloos maakten, en leert wat de mens verontreinigt, de duivel uitdrijft uit de dochter van een Kanaänitische vrouw, en een dove en stomme geneest, Hoofdstuk 7. Dat hij opnieuw vierduizend voedt met zeven broden en weinige visjes, weigert de Farizeeën een teken te geven, zijn discipelen vermaant zich te hoeden voor de zuurdesem van de Farizeeën en van Herodes, een blinde ziende maakt, zijn lijden voorzegt en zijn discipelen tot geduld vermaant, Hoofdstuk 8. Hoe hij op de berg voor drie discipelen zijn heerlijkheid toont en hen onderwijst over de komst van Elia, een stomme en dove geest uitdrijft, opnieuw zijn lijden voorzegt en zijn discipelen vermaant tot nederigheid, weldadigheid en het mijden van ergernissen, Hoofdstuk 9. Hij twist met de Farizeeën over de echtscheiding, zegent de kinderen, geeft antwoord aan iemand die door zijn eigen gerechtigheid de zaligheid zocht, wat hij dan doen moest; leert hoe hinderlijk de rijkdom voor de zaligheid is, belooft het eeuwige leven aan hen die deze ter wille van hem zullen verlaten hebben, voorzegt nogmaals zijn lijden, wijst het verzoek van de zonen van Zebedeüs af, vermaant zijn discipelen tot nederigheid en maakt de blinde Bartimeüs ziende, Hoofdstuk 10. Dat hij zijn koninklijke intocht houdt in Jeruzalem, een vijgenboom vervloekt, de tempel zuivert van de kopers en verkopers en dit verantwoordt, en zijn discipelen vermaant tot geloof en tot het elkaar vergeven, Hoofdstuk 11. Dat hij de Joden hun ondankbaarheid voorhoudt door de gelijkenis van de landbouwers die de knechten en ook de zoon van de heer van de wijngaard sloegen en doodden; leert dat men de keizer belasting moet betalen, en dat men na de opstanding niet zal trouwen; leert welk het grootste gebod is, en dat hij niet alleen de zoon maar ook de Heere van David is; waarschuwt voor de gewoonten van de Farizeeën, en prijst de geringe gift van een arme weduwe, Hoofdstuk 12. Hij voorzegt de verwoesting van de tempel en de ellende die daaraan vooraf zou gaan, en de zwaarte daarvan; voorzegt ook zijn komst ten oordeel, en dat de tijd daarvan onbekend is, en vermaant tot waken en bidden, Hoofdstuk 13. Dat de leiders van de Joden beraadslagen om hem te vangen, met wie Judas overeenkomt om hem over te leveren. Dat hij gezalfd wordt, het Pascha met zijn discipelen houdt, aan wie hij de verrader bekendmaakt, met hen het heilig avondmaal houdt, zijn lijden, sterven en opstanding voorzegt, evenals de vlucht van de discipelen en de verloochening door Petrus; zijn lijden in de hof begint met zeer grote benauwdheid en sterk bidden; dat hij verraden, gevangengenomen, naar de hogepriester geleid, verhoord, met valse getuigen bezwaard en ter dood veroordeeld wordt, en dat Petrus hem driemaal verloochent, Hoofdstuk 14. Hoe hij overgeleverd wordt aan de stadhouder Pilatus, die hem ondervraagt en hem tegenover Barabbas stelt om hem los te laten, en hem ten slotte laat geselen en kruisigen; hoe hij zijn kruis draagt en daaraan genageld wordt, samen met twee misdadigers, aan het kruis bespot wordt en sterft, en door Jozef van Arimathea begraven wordt, met toestemming van Pilatus, Hoofdstuk 15. Dat hij op de derde dag vroeg in de morgen is opgestaan uit de doden, en dit zowel door een engel als door zijn verschijningen aan enkele godvruchtige vrouwen en aan zijn discipelen bevestigd heeft; en dat hij, nadat hij zijn apostelen opdracht gegeven had om het Evangelie door de hele wereld te prediken, met de belofte van de gave om wonderen te doen, ten hemel is opgevaren en is gezeten aan de rechterhand van God. Dat de apostelen hun ambt zijn begonnen en hij zijn belofte heeft vervuld, Hoofdstuk 16.