BijbelMattheüs

Mattheüs 3

Lees Mattheüs 3 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 Johannes de Doper predikt bekering. 3 Zijn ambt, kleding en voedsel. 5 Hij heeft grote toeloop. 6 Hij doopt. 7 Hij bestraft de Farizeeën en Sadduceeën. 11 Hij wijst op de waardigheid van de persoon en de doop van Christus. 13 Hij doopt Christus, van Wie uit de hemel betuigd wordt dat Hij de geliefde Zoon van God is.

1En in die dagen kwam Johannes de Doper, predikende in de woestijn van Judea,

2En zeggende: Bekeer u; want het Koninkrijk van de hemelen is nabij gekomen.

3Want deze is het, van die gesproken is door Jesaja, de profeet, zeggende: De stem van de roependen in de woestijn: Bereid de weg van de Heere, maakt Zijn paden recht!

4En dezelfde Johannes had zijn kleding van kameelhaar, en een leren gordel om zijn middel; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honing.

5Toen is tot hem uitgegaan Jeruzalem en geheel Judea, en het hele land rondom de Jordaan;

6En werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hun zonden.

7Hij dan, ziende velen van de Farizeën en Sadduceën tot zijn doop komen, sprak tot hen: U adderengebroed! wie heeft u aangewezen te vluchten van de komende toorn?

8Breng dan vruchten voort, van de bekering waard.

9En denk niet bij u zelf te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.

10En ook is al de bijl aan de wortel van de bomen gelegd; alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.

11Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waard ben Hem na te dragen; Die zal u met de Heilige Geest en met vuur dopen.

12Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden.

13Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, tot Johannes, om van hem gedoopt te worden.

14Maar Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt U tot mij?

15Maar Jezus, antwoordende, zei tot hem: Laat nu af; want zo past ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af.

16En Jezus, gedoopt zijnde, is meteen opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag de Geest van God nederdalen, zoals een duif, en op Hem komen.

17En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!