BijbelMicha

Micha 3

Lees Micha 3 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

Gods oordeel over de regenten, vanwege hun tirannie en schending, vers 1 enz. over de profeten die het volk verleiden en vrede toezeggen, 5. van wie Micha zich afscheidt, terwijl hij met grote vrijmoedigheid de toekomstige verwoesting van Jeruzalem en de tempel profeteert, vanwege de algemene boosheid en verdorvenheid van het volk, de regenten, priesters en profeten, 8.

1Verder zei ik: Hoor nu, u hoofden van Jakob, en u oversten van het huis van Israël! Past het u niet het recht te weten?

2Zij haten het goede, en hebben het kwade lief; zij roven hun huid van hen af, en hun vlees van hun beenderen.

3Ja, zij zijn het, die het vlees van mijn volk eten, en hun huid afstropen, en hun beenderen verbreken; en vaneen leggen, zoals in een pot, en als vlees in het midden van een ketel.

4Dan zullen zij roepen tot JAHWEH, maar Hij zal hen niet verhoren; maar zal Zijn aangezicht in die tijd voor hen verbergen, zoals zij hun handelingen kwaad gemaakt hebben.

5Zo zegt JAHWEH, tegen de profeten, die Mijn volk verleiden; die met hun tanden bijten, en roepen vrede uit; maar die niet geeft in hun mond, tegen die zo heiligen zij een strijd.

6Daarom zal het nacht voor u worden vanwege het visioen, en u zal duisternis zijn vanwege de waarzegging; en de zon zal over deze profeten ondergaan; en de dag zal over hen zwart worden.

7En de zieners zullen beschaamd, en de waarzeggers schaamrood worden; en zij zullen al samen de bovenste lip bewimpelen; want er zal geen antwoord van God zijn.

8Maar werkelijk, ik ben vol kracht van de Geest van JAHWEH; en vol van gericht en dapperheid, om Jakob te verkondigen zijn overtreding, en Israël zijn zonde.

9Hoor nu dit, u hoofden van het huis van Jakob, en u oversten van het huis van Israël! die van het gericht een gruwel hebt, en al wat recht is verkeert;

10Bouwende Sion met bloed, en Jeruzalem met onrecht.

11Haar hoofden rechten om geschenken, en haar priesters leren om loon, en haar profeten waarzeggen om geld; nog steunen zij op JAHWEH, zeggende: Is JAHWEH niet in het midden van ons? Ons zal geen kwaad overkomen.

12Daarom, om uwentwil, zal Sion als een akker geploegd worden, en Jeruzalem zal tot steenhopen worden, en de berg van dit huis tot hoogten van een woud.