Nehemia
Oude Testament · 13 hoofdstukken · vrij van rechten (CC0)
Inleiding
Toen Nehemia (die de schenker was van de Perzische koning Arthahsasta, de tweede die met die naam in Gods woord vermeld wordt) vernomen had in welke ellendige toestand zijn volk verkeerde, evenals de stad, de muren en de poorten van Jeruzalem, verootmoedigt hij zich daarover met vasten en bidden voor de HEERE. Daarop verzoekt hij bij een goede gelegenheid en verkrijgt van de koning dat deze hem als zijn stadhouder of landvoogd naar Jeruzalem zendt, met opdracht en volmacht om daar een bepaalde tijd te verblijven en alles weer op te bouwen en op orde te brengen. Dat voert Nehemia, gedreven door een bijzondere ijver voor Gods eer, zeer trouw, wijs, godvruchtig en standvastig uit, terwijl hij veel moeilijkheden en belemmeringen overwint die hem door de satan in dit heilige werk in de weg gelegd zijn, zowel door de omringende vijanden van buiten als door de valse broeders en huichelaars van binnen, die met de vijand samenspanden. Hij verlost ook de gemeente van de zware last die door de rijken werd opgelegd; en hij verricht de openbare godsdienst met bijzondere toewijding, vasten en bidden, en nadat opnieuw een sterk verbond met God gesloten was, voorziet hij de stad Jeruzalem van een voldoende aantal inwoners, terwijl hij de rest van het volk over hun woonplaatsen verdeelt. En nadat hij zijn bestuur twaalf jaar lang lofwaardig waargenomen had, keert hij weer terug naar koning Arthahsasta, in het drieëndertigste jaar van diens regering, en wordt na enige tijd door de koning weer naar Jeruzalem gezonden, waar hij verschillende misbruiken die tijdens zijn afwezigheid waren binnengeslopen met grote vastberadenheid afschaft en alles hervormt. Dit boek draagt de naam van Nehemia, omdat daarin beschreven staat wat onder zijn bestuur in het Joodse land gebeurd is, en omdat het door hemzelf, door ingeving van Gods Geest, beschreven is, zoals op verschillende plaatsen in dit boek duidelijk te zien is.