BijbelNumeri

Numeri 12

Lees Numeri 12 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

Gemopper van Mirjam en Aaron tegen Mozes, vers 1, enz. waarover zij beiden door God berispt worden, 6. en Mirjam bovendien met melaatsheid gestraft, 10. Aaron verootmoedigt zich voor Mozes, die de HEERE voor Mirjam bidt, 11. Hij wordt verhoord, mits Mirjam zeven dagen buiten het leger blijft, 14.

1Mirjam nu sprak, en Aäron, tegen Mozes, vanwege de vrouw, de Cuschietische, die hij genomen had; want hij had een Cuschietische tot vrouw genomen.

2En zij zeiden: Heeft dan JAHWEH maar alleen door Mozes gesproken? Heeft Hij ook niet door ons gesproken? En JAHWEH hoorde het!

3Maar de man Mozes was zeer zachtmoedig, meer dan alle mensen, die op de aardbodem waren.

4Toen sprak JAHWEH haastig tot Mozes, en tot Aäron, en tot Mirjam: U drie, komt uit tot de tent van de samenkomst! En zij drie kwamen uit.

5Toen kwam JAHWEH af in de wolkkolom, en stond aan de deur van de tent; daarna riep Hij Aäron en Mirjam; en zij beiden kwamen uit.

6En Hij zei: Hoor nu Mijn woorden! Zo er een profeet onder u is, Ik, JAHWEH, zal door een visioen Mij aan hem bekend maken, door een droom zal Ik met hem spreken.

7Zo is Mijn knecht Mozes niet, die in Mijn hele huis getrouw is.

8Van mond tot mond spreek Ik met hem, en door aanzien, en niet door duistere woorden; en de gelijkenis van JAHWEH aanschouwt hij; waarom dan hebt u niet gevreesd tegen Mijn knecht, tegen Mozes, te spreken?

9Zo ontstak de toorn van JAHWEH tegen hen, en Hij ging weg.

10En de wolk week van boven de tent; en ziet, Mirjam was melaats, wit als de sneeuw. En Aäron zag Mirjam aan, en ziet, zij was melaats.

11Daarom zei Aäron tot Mozes: Och, mijn heer! leg toch niet op ons de zonde, waarmee wij dwaas gehandeld, en waarmee wij gezondigd hebben!

12Laat zij toch niet zijn als een dode, van wiens vlees, als hij uit het lijf van zijn moeder uitgaat, de helft wel verteerd is!

13Mozes dan riep tot JAHWEH, zeggende: O God! heel haar toch!

14En JAHWEH zei tot Mozes: Zo haar vader smadelijk in haar aangezicht gespogen had, zou zij niet zeven dagen beschaamd zijn? Laat haar zeven dagen buiten het leger gesloten, en daarna aangenomen worden!

15Zo werd Mirjam buiten het leger zeven dagen gesloten; en het volk verreisde niet, voordat Mirjam aangenomen werd.

16Maar daarna verreisde het volk van Hazeroth, en zij sloegen hun kamp op in de woestijn van Paran.