BijbelNumeri

Numeri 15

Lees Numeri 15 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

Over spijsoffers en drankoffers die bij andere offers gebracht moeten worden, vers 1, enz. Offer van de eerstelingen van het deeg, 19. Zondoffer voor de hele gemeente die door afdwaling of onbedachtzaamheid misdaan heeft, 22. Door een enkele ziel, 27. Straf van een moedwillige zondaar, 30. Straf van hem die op de sabbat hout opgeraapt had, 32. Over koordjes met hemelsblauwe draden aan de kleren, 38.

1Daarna sprak JAHWEH tot Mozes, zeggende:

2Spreek tot de Israëlieten, en zeg tot hen: Wanneer u gekomen zult zijn in het land van uw woningen, dat Ik u geven zal;

3En u een vuuroffer voor JAHWEH zult doen, een brandoffer, of slachtoffer, om af te zonderen een gelofte, of in een vrijwillig offer, of in uw vastgestelde hoogtijden, om JAHWEH een liefelijke reuk te maken, van runderen of van klein vee;

4Zo zal hij, die zijn offergave aan JAHWEH offert, een voedseloffer offeren van een tiende meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin olie.

5En wijn als drankoffer, een vierendeel van een hin, zult u bereiden tot een brandoffer of tot een slachtoffer, voor een lam.

6Of voor een ram zult u een voedseloffer bereiden, van twee tienden meelbloem, gemengd met olie, een derde deel van een hin.

7En wijn als drankoffer, een derde deel van een hin, zult u offeren tot een liefelijke reuk voor JAHWEH.

8En wanneer u een jong rund zult bereiden tot een brandoffer of een slachtoffer, om een gelofte af te zonderen, of als dankoffer voor JAHWEH;

9Zo zal hij tot een jong rund offeren een voedseloffer van drie tienden meelbloem, gemengd met olie, de helft van een hin.

10En wijn zult u offeren als drankoffer, de helft van een hin, tot een vuuroffer van liefelijke reuk voor JAHWEH.

11Zo zal gedaan worden met de ene os, of met de ene ram, of met het klein vee, van de lammeren, of van de geiten.

12Naar het getal, dat u bereiden zult, zult u zo doen met elk, naar hun getal.

13Alle ingezetene zal deze dingen zo doen, offerende een vuuroffer tot een liefelijke reuk voor JAHWEH.

14Wanneer ook een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, of die in het midden van u is, in uw generaties, en hij een vuuroffer zal bereiden tot een liefelijke reuk voor JAHWEH; zoals u zult doen, zo zal hij doen.

15U, gemeente, het zij u en de vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, één inzetting: ter eeuwige inzetting bij uw generaties, zoals u, zo zal de vreemdeling voor het aangezicht van JAHWEH zijn.

16Eén wet en één recht zal u zijn, en de vreemdeling, die bij u als vreemdeling verkeert.

17Verder sprak JAHWEH tot Mozes, zeggende:

18Spreek tot de Israëlieten, en zeg tot hen: Als u zult gekomen zijn in het land, waarheen Ik u inbrengen zal,

19Zo zal het gebeuren, als u van het brood van het land zult eten, dan zult u JAHWEH een hefoffer offeren.

20De eerstelingen van uw deeg, een koek zult u tot een hefoffer offeren; zoals het hefoffer van de dorsvloer zult u dat offeren.

21Van de eerstelingen van uw deeg zult u JAHWEH een hefoffer geven, bij uw generaties.

22Verder wanneer u afgedwaald zult zijn, en niet gedaan hebben al deze geboden, die JAHWEH tot Mozes gesproken heeft;

23Alles, wat u JAHWEH door de hand van Mozes geboden heeft; van die dag af, dat JAHWEH geboden heeft, en voortaan bij uw generaties;

24Zo zal het gebeuren, als iets bij dwaling gedaan, en voor de ogen van de vergadering verborgen is, dat de hele gemeenschap één stier, een jong rund, zal bereiden als brandoffer, tot een liefelijke reuk voor JAHWEH, met zijn voedseloffer en zijn drankoffer, naar de wijze; en één geitenbok als zondoffer.

25En de priester zal de verzoening doen voor de hele gemeenschap van de Israëlieten, en het zal hun vergeven worden; want het was een afdwaling, en zij hebben hun offergave gebracht, een vuuroffer voor JAHWEH, en hun zondoffer, voor het aangezicht van JAHWEH, over hun afdwaling.

26Het zal dan aan de hele gemeenschap van de Israëlieten vergeven worden, ook de vreemdeling, die in het midden van hen als vreemdeling verkeert; want het is het hele volk door dwaling overkomen.

27En als een ziel door afdwaling gezondigd zal hebben, die zal een eenjarige geit als zondoffer offeren.

28En de priester zal de verzoening doen over de dwalende ziel, als zij gezondigd heeft door afdwaling, voor het aangezicht van JAHWEH, doende de verzoening over haar; en het zal haar vergeven worden.

29De ingezetene van de Israëlieten, en de vreemdeling, die in hun midden als vreemdeling verkeert, één wet zal u zijn, degene, die het door afdwaling doet.

30Maar de ziel, die iets gedaan zal hebben met opgeheven hand, hetzij van ingezetenen of van vreemdelingen, die smaadt JAHWEH; en die ziel zal uitgeroeid worden uit het midden van haar volk;

31Want zij heeft het woord van JAHWEH veracht en Zijn gebod vernietigd; die ziel zal geheel uitgeroeid worden; haar ongerechtigheid is op haar.

32Als nu de Israëlieten in de woestijn waren, zo vonden zij een man, hout sprokkelende op de sabbatdag.

33En die hem vonden, hout sprokkelende, brachten hem tot Mozes, en tot Aäron, en tot de hele gemeenschap.

34En zij stelden hem in bewaring; want het was niet verklaard, wat hem gedaan zou worden.

35Zo zei JAHWEH tot Mozes: Die man zal zeker gedood worden; de hele gemeenschap zal hem met stenen stenigen buiten het leger.

36Toen bracht hem de hele gemeenschap uit tot buiten het leger, en zij stenigden hem met stenen, dat hij stierf, zoals JAHWEH Mozes geboden had.

37En JAHWEH sprak tot Mozes, zeggende:

38Spreek tot de Israëlieten, en zeg tot hen: Dat zij zich snoertjes maken aan de hoeken van hun kleren, bij hun generaties; en op de snoertjes van de hoek zullen zij een hemelsblauwe draad zetten.

39En hij zal u aan de snoertjes zijn, opdat u het aanziet, en aan al de geboden van JAHWEH gedenkt, en die doet; en u zult naar uw hart, en naar uw ogen niet sporen, die u bent nahoererende;

40Opdat u gedenkt en doet al Mijn geboden, en uw God heilig bent.

41Ik ben JAHWEH, uw God, Die u uit Egypteland uitgevoerd heb, om u tot een God te zijn; Ik ben JAHWEH, uw God!