BijbelNumeri

Numeri 27

Lees Numeri 27 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

De dochters van Zelafead verzoeken een erfdeel onder de broers van hun vader, vers 1, enz. God staat hun verzoek toe, 5. en maakt bij deze gelegenheid een burgerlijke wet over het recht van opvolging in een erfdeel, 8. Mozes, die van God bevel ontvangen heeft om vanaf een berg het land Kanaan te aanschouwen om daarna te sterven zonder in het land te komen, 12. met aanwijzing van de reden daarvan, 14. bidt de HEERE dat hij het volk een vrome leidsman in zijn plaats wil geven, 15. God beveelt hiertoe Jozua te kiezen en hem in zijn ambt voor het volk met handoplegging te bevestigen, 18. wat door Mozes gedaan wordt, 22.

1Toen naderden de dochters van Zelafead, de zoon van Hefer, de zoon van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse, onder de geslachten van Manasse, de zoon van Jozef (en dit zijn de namen van zijn dochters: Machla, Noa, en Hogla, en Milka, en Tirza);

2En zij stonden voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Eleazar, de priester, en voor het aangezicht van de oversten, en van de hele gemeenschap, aan de deur van de tent van de samenkomst, zeggende:

3Onze vader is gestorven in de woestijn, en hij is niet geweest in het midden van de vergadering van degenen, die zich tegen JAHWEH verzameld hebben in de vergadering van Korach; maar hij is in zijn zonde gestorven, en had geen zonen.

4Waarom zou de naam van onze vader uit het midden van zijn geslacht weggenomen worden, omdat hij geen zoon heeft? Geef ons een bezitting in het midden van de broers van onze vader.

5En Mozes bracht haar rechtzaak voor het aangezicht van JAHWEH.

6En JAHWEH sprak tot Mozes, zeggende:

7De dochters van Zelafead spreken recht; u zult haar geheel geven de bezitting van een erfenis, in het midden van de broers van haar vader; en u zult de erfenis van haar vader op haar doen komen.

8En tot de Israëlieten zult u spreken, zeggende: Wanneer iemand sterft, en geen zoon heeft, zo zult u zijn erfenis op zijn dochter doen komen.

9En als hij geen dochter heeft, zo zult u zijn erfenis aan zijn broers geven.

10Als hij nu geen broers heeft, zo zult u zijn erfenis aan de broers van zijn vader geven.

11Als ook zijn vader geen broers heeft, zo zult u zijn erfenis geven aan zijn naastbestaande, die hem de naaste van zijn geslacht is, dat hij het erfelijk bezitte. Dit zal de Israëlieten tot een inzetting van het recht zijn, zoals JAHWEH Mozes geboden heeft.

12Daarna zei JAHWEH tot Mozes: Klim op deze berg Abarim, en zie dat land, dat Ik de Israëlieten gegeven heb.

13Wanneer u dat gezien zult hebben, dan zult u tot uw volken verzameld worden, u ook, zoals uw broer Aäron verzameld geworden is;

14Aangezien u tegen Mijn mond opstandig bent geweest in de woestijn Zin, in de twisting van de vergadering, om Mij aan de wateren voor hun ogen te heiligen. Dat zijn de wateren van Meriba, van Kades, in de woestijn Zin.

15Toen sprak Mozes tot JAHWEH, zeggende:

16Dat JAHWEH, de God van de geesten van alle vlees, een man stelle over deze vergadering.

17Die voor hun aangezicht uitga, en die voor hun aangezicht inga, en die hen uitleide, en die hen inleide; opdat de vergadering van JAHWEH niet zij als schapen, die geen herder hebben.

18Toen zei JAHWEH tot Mozes: Neem tot u Jozua, de zoon van Nun, een man, in wie de Geest is; en leg uw hand op hem;

19En stel hem voor het aangezicht van Eleazar, de priester, en voor het aangezicht van de hele gemeenschap; en geef hem bevel voor hun ogen;

20En leg op hem van uw heerlijkheid, opdat zij horen, te weten de hele gemeenschap van de Israëlieten.

21En hij zal voor het aangezicht van Eleazar, de priester, staan, die voor hem raad vragen zal, naar de wijze van Urim, voor het aangezicht van JAHWEH; naar zijn mond zullen zij uitgaan, en naar zijn mond zullen zij ingaan, hij, en al de Israëlieten met hem, en de hele gemeenschap.

22En Mozes deed, zoals JAHWEH hem geboden had; want hij nam Jozua, en stelde hem voor het aangezicht van Eleazar, de priester, en voor het aangezicht van de hele gemeenschap.

23En hij legde zijn handen op hem, en gaf hem bevel; zoals JAHWEH door de dienst van Mozes gesproken had.