Numeri 28
Lees Numeri 28 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Wetten over offers die op bepaalde vastgestelde tijden gebracht moeten worden, vers 1, enz. zoals het dagelijkse brandoffer, 's morgens, 3. met zijn spijsoffer en zijn drankoffer, 7. en 's avonds, 8. het offer van de sabbat, 9. het brandoffer van de nieuwemaanden, 11. met zijn spijsoffer, drankoffers en zondoffer, 12. de tijd van het paasfeest, 16. de offers, 19. en de duur, 24. het pinksterfeest en zijn offers, 26.
1Verder sprak JAHWEH tot Mozes, zeggende:
2Gebied de Israëlieten, en zeg tot hen: Mijn offergave, Mijn voedsel voor Mijn vuuroffers, Mijn liefelijke reuk, zult u waarnemen, om Mij te offeren op zijn vastgestelde tijd.
3En u zult tot hen zeggen: Dit is het vuuroffer, dat u JAHWEH offeren zult: twee volkomen eenjarige lammeren overdag, tot een voortdurende brandoffer.
4Het ene lam zult u bereiden 's morgens; en het andere lam zult u bereiden tussen de twee avonden.
5En een tiende deel van een efa meelbloem als voedseloffer, gemengd met het vierendeel van een hin van gestoten olie.
6Het is het voortdurende brandoffer, dat op de berg Sinaï ingesteld was tot een liefelijke reuk, een vuuroffer voor JAHWEH.
7En zijn drankoffer zal zijn het vierendeel van een hin, voor het ene lam; in het heiligdom zult u het drankoffer van de sterke drank voor JAHWEH offeren.
8En het andere lam zult u bereiden tussen de twee avonden; zoals het voedseloffer 's morgens, en zoals zijn drankoffer zult u het bereiden, als vuuroffer van de liefelijke reuk voor JAHWEH.
9Maar op de sabbatdag twee volkomen eenjarige lammeren, en twee tienden meelbloem, als voedseloffer, met olie gemengd, en ook zijn drankoffer.
10Het is het brandoffer van de sabbat op elke sabbat, boven het voortdurende brandoffer, en zijn drankoffer.
11En aan het begin van elke maand zult u een brandoffer voor JAHWEH offeren: twee jonge stieren, en één ram, zeven volkomen eenjarige lammeren;
12En drie tienden meelbloem als voedseloffer, met olie gemengd tot de ene stier; en twee tienden meelbloem als voedseloffer, met olie gemengd, tot de ene ram;
13En tot elk tiende deel meelbloem als voedseloffer, met olie gemengd, tot het ene lam; het is een brandoffer tot een liefelijke reuk, een vuuroffer, JAHWEH.
14En hun drankoffers zullen zijn de helft van een hin tot een stier, en een derde deel van een hin tot een ram, en een vierendeel van een hin van wijn tot een lam; dat is het brandoffer van de nieuwe maan in elke maand, naar de maanden van het jaar.
15Daartoe zal één geitenbok als zondoffer voor JAHWEH, boven het voortdurende brandoffer, bereid worden, met zijn drankoffer.
16En in de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, is het pascha voor JAHWEH.
17En op de vijftiende dag van die maand is het feest; zeven dagen zullen ongezuurde broden gegeten worden.
18Op de eerste dag zal een heilige samenroeping zijn; geen dienstwerk zult u doen;
19Maar u zult een vuuroffer als brandoffer voor JAHWEH offeren: twee jonge stieren, en één ram, daartoe zeven eenjarige lammeren; volkomen zullen zij u zijn.
20En hun voedseloffer zal zijn meelbloem, met olie gemengd; drie tienden tot een stier, en twee tienden tot een ram zult u bereiden.
21Tot elk zult u een tiende deel bereiden tot een lam, tot die zeven lammeren toe.
22Daarna één bok als zondoffer, om over u verzoening te doen.
23Behalve het morgenbrandoffer, dat tot een voortdurende brandoffer is, zult u deze dingen bereiden.
24Achtervolgens deze dingen zult u overdag, zeven dagen lang, het voedsel van het vuuroffer bereiden tot een liefelijke reuk voor JAHWEH; boven dat steeds brandoffer zal het bereid worden, met zijn drankoffer.
25En op de zevende dag zult u een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult u doen.
26Ook op de dag van de eerstelingen, als u een nieuw voedseloffer voor JAHWEH zult offeren naar uw werken, zult u een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult u doen.
27Dan zult u JAHWEH een brandoffer tot een liefelijke reuk offeren: twee jonge stieren, één ram, zeven eenjarige lammeren;
28En hun voedseloffer van meelbloem, met olie gemengd: drie tienden tot één stier, twee tienden tot één ram;
29Tot elk een tiende tot een lam, tot die zeven lammeren toe;
30Één geitenbok, om voor u verzoening te doen.
31Behalve het voortdurende brandoffer, en zijn voedseloffer, zult u ze bereiden; zij zullen u volkomen zijn met hun drankoffers.