BijbelNumeri

Numeri 8

Lees Numeri 8 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

Wetten over het aansteken van de lampen op de kandelaar, vers 1, enz. en de reiniging van de Levieten, 5. die in de plaats van de eerstgeborenen worden gesteld en aan de priesters worden toegevoegd om die te dienen, 16. Over de leeftijd waarop de Levieten in hun dienst moesten treden en daaruit moesten scheiden, 23. met aanwijzing van wat zij daarna moesten doen, 26.

1En JAHWEH sprak tot Mozes, zeggende:

2Spreek tot Aäron, en zeg tot hem: Als u de lampen aansteken zult, recht tegenover de kandelaar zullen de zeven lampen lichten.

3En Aäron deed zo: tegenover vooraan de kandelaar stak hij de lampen daarvan aan; zoals JAHWEH Mozes geboden had.

4Dit werk nu van de kandelaar was van dicht goud, tot zijn schacht, tot zijn bloemen was het dicht; naar de gedaante, die JAHWEH Mozes vertoond had, zo had hij de kandelaar gemaakt.

5En JAHWEH sprak tot Mozes, zeggende:

6Neem de Levieten uit het midden van de Israëlieten, en reinig hen.

7En zo zult u hun doen, om hen te reinigen: sprenkel op hen water van de ontzondiging; en zij zullen het scheermes over hun hele vlees doen gaan, en zij zullen hun kleren wassen, en zich reinigen.

8Daarna zullen zij nemen een stier, een jong rund, met zijn voedseloffer van meelbloem, met olie gemengd; en een andere stier, een jong rund, zult u nemen als zondoffer.

9En u zult de Levieten voor de tent van de samenkomst doen naderen; en u zult de hele gemeenschap van de Israëlieten doen verzamelen.

10Ja, u zult de Levieten voor het aangezicht van JAHWEH doen naderen; en de Israëlieten zullen hun handen op de Levieten leggen.

11En Aäron zal de Levieten bewegen als beweegoffer voor het aangezicht van JAHWEH, vanwege de Israëlieten; opdat zij zijn, om de dienst van JAHWEH te bedienen.

12En de Levieten zullen hun handen op het hoofd van de stieren leggen; daarna bereidt u één als zondoffer, en één als brandoffer voor JAHWEH, om over de Levieten verzoening te doen.

13En u zult de Levieten stellen voor het aangezicht van Aäron, en voor het aangezicht van zijn zonen, en u zult hen bewegen als beweegoffer voor JAHWEH.

14En u zult de Levieten uit het midden van de Israëlieten uitscheiden, opdat de Levieten van Mij zijn.

15En daarna zullen de Levieten inkomen, om de tent van de samenkomst te bedienen; en u zult hen reinigen, en zult hen als beweegoffer bewegen.

16Want zij zijn gegeven, zij zijn Mij gegeven uit het midden van de Israëlieten; voor de opening van alle baarmoeder, voor de eerstgeborenen van een ieder uit de Israëlieten, heb Ik ze Mij genomen.

17Want alle eerstgeborene onder de Israëlieten is van Mij, onder de mensen en onder de beesten; op de dag dat Ik alle eerstgeboorte in Egypteland sloeg, heb Ik die voor Mij geheiligd.

18En Ik heb de Levieten genomen voor alle eerstgeborenen onder de Israëlieten.

19En Ik heb de Levieten aan Aäron en aan zijn zonen tot een gift gegeven, uit het midden van de Israëlieten, om de dienst van de Israëlieten in de tent van de samenkomst te bedienen, en om voor de Israëlieten verzoening te doen, dat er geen plaag zij onder de Israëlieten, als de Israëlieten tot het heiligdom naderen zouden.

20En Mozes deed, en Aäron, en de hele gemeenschap van de Israëlieten, aan de Levieten, naar alles, wat JAHWEH Mozes geboden had van de Levieten, zo deden de Israëlieten aan hen.

21En de Levieten ontzondigden zich, en wasten hun kleren, en Aäron bewoog hen als beweegoffer voor het aangezicht van JAHWEH; en Aäron deed verzoening over hen, om hen te reinigen.

22En daarna kwamen de Levieten, om hun dienst te bedienen in de tent van de samenkomst, voor het aangezicht van Aäron, en voor het aangezicht van zijn zonen; zoals JAHWEH Mozes van de Levieten geboden had, zo deden zij aan hen.

23En JAHWEH sprak tot Mozes, zeggende:

24Dit is het, wat de Levieten betreft: van vijf en twintig jaar oud en daarboven, zullen zij inkomen, om de strijd te strijden, in de dienst van de tent van de samenkomst.

25Maar van dat hij vijftig jaar oud is, zal hij van de strijd van deze dienst afgaan, en hij zal niet meer dienen.

26Maar hij zal met zijn broers dienen in de tent van de samenkomst, om de wacht waar te nemen; maar de dienst zal hij niet bedienen. Zo zult u aan de Levieten doen in hun wachten.