Openbaring 10
Lees Openbaring 10 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 Nadat de plagen verhaald zijn die onder de zesde bazuin de christenheid uit het oosten en westen zouden overkomen, wordt nu in dit hoofdstuk verhaald wat tot troost van de gemeente onder diezelfde bazuin nog zou volgen. En eerst wordt een engel gezien die uit de hemel afdaalt in grote heerlijkheid, met een open boekje in de hand. 3 die met een grote stem roept, waarop zeven donderslagen volgen. 5 en zweert bij hem die in eeuwigheid leeft, dat er geen tijd meer zou zijn nadat de zevende bazuin gebazuind zou hebben. 8 Geeft daarna het open boekje aan de apostel om op te eten. 10 dat wel zoet was in de mond, maar bitter in de buik. 11 Daarna verklaart hij aan de apostel dat hij opnieuw moest profeteren.
1En ik zag een andere sterke engel, afkomende van de hemel, die bekleed was met een wolk; en een regenboog was boven zijn hoofd; en zijn aangezicht was als de zon, en zijn voeten waren als pilaren van vuur.
2En hij had in zijn hand een boekje, dat geopend was; en hij zette zijn rechtervoet op de zee, en de linker op de aarde.
3En hij riep met een luide stem, zoals een leeuw brult; en als hij geroepen had, spraken de zeven donderslagen hun stemmen.
4En toen de zeven donderslagen hun stemmen gesproken hadden, zo zou ik ze geschreven hebben; en ik hoorde een stem uit de hemel, die tot mij zei: Verzegel wat de zeven donderslagen gesproken hebben, en schrijf dat niet.
5En de engel, die ik zag staan op de zee, en op de aarde, hief zijn hand op naar de hemel.
6En hij zwoer bij Die, Die leeft in alle eeuwigheid, Die de hemel geschapen heeft en wat daarin is, en de aarde en wat daarin is, en de zee en wat daarin is, dat er geen tijd meer zal zijn;
7Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, zo zal het geheim van God vervuld worden, zoals Hij Zijn dienaren, de profeten, verkondigd heeft.
8En de stem, die ik gehoord had uit de hemel, sprak opnieuw met mij, en zei: Ga heen, neem het boekje, dat geopend en in de hand van de engel is, die op de zee en op de aarde staat.
9En ik ging heen tot de engel, zeggende tot hem: Geef mij dat boekje. En hij zei tot mij: Neem dat en eet het op; en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing.
10En ik nam dat boekje uit de hand van de engel, en ik at dat op; en het was in mijn mond zoet als honing, en als ik het gegeten had, werd mijn buik bitter.
11En hij zei tot mij: U moet opnieuw profeteren voor vele volken, en natiën, en talen, en koningen.