BijbelOpenbaring

Openbaring 11

Lees Openbaring 11 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 De engel wordt een rietstok gegeven om de tempel te meten. 2 maar niet de voorhof. 3 Christus geeft zijn twee getuigen macht om te profeteren en om hun vijanden plagen toe te zenden. 7 Het beest komt uit de afgrond en doodt de getuigen. 9 waarover de volken zich verheugen. 11 maar na drie en een halve dag worden zij weer levend. 12 en worden opgenomen in de hemel. 13 waarna een aardbeving volgt en schade over de grote stad. 15 De zevende engel bazuint, en de koninkrijken worden van God en van Christus. 16 Waarop de vierentwintig oudsten God loven. 18 en de toorn van God komt over de volken, maar de bereide loon wordt gegeven aan de heiligen. 19 en de tempel van God in de hemel wordt geopend.

1En mij werd een rietstok gegeven, een meet roede gelijk; en de engel stond en zei: Sta op, en meet de tempel van God en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden.

2En laat het voorhof uit, dat van buiten de tempel is, en meet dat niet, want het is de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden twee en veertig maanden.

3En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed.

4Deze zijn de twee olijfbomen, en de twee kandelaren, die voor de God van de aarde staan.

5En zo iemand die wil beschadigen, een vuur zal uit hun mond uitgaan, en zal hun vijanden verslinden; en zo iemand hen wil beschadigen, die moet zo gedood worden.

6Deze hebben macht de hemel te sluiten, opdat geen regen regene in de dagen van hun profetering; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te verkeren, en de aarde te slaan met allerlei plaag, zo dikwijls als zij zullen willen.

7En als zij hun getuigenis zullen geëindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun strijd aandoen, en het zal hen overwinnen, en zal hen doden.

8En hun dode lichamen zullen liggen op de straat van de grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodoma en Egypte, waar ook onze Heere gekruist is.

9En de mensen uit de volken, en geslachten, en talen, en natiën, zullen hun dode lichamen zien drie dagen en een halve, en zullen niet toelaten, dat hun dode lichamen in graven gelegd worden.

10En die op de aarde wonen, die zullen verblijd zijn over hen, en zullen vreugde bedrijven, en zullen elkaar geschenken zenden; omdat deze twee profeten degenen, die op de aarde wonen, gepijnigd hadden.

11En na die drie dagen en een halve, is een geest van het leven uit God in hen gegaan; en zij stonden op hun voeten; en er is grote vrees gevallen op degenen, die hen aanschouwden.

12En zij hoorden een luide stem uit de hemel, die tot hen zei: Kom hier op. En zij voeren op naar de hemel in de wolk; en hun vijanden aanschouwden hen.

13En op dat moment gebeurde een grote aardbeving, en het tiende deel van de stad is gevallen, en er zijn in de aardbeving gedood zeven duizend namen van mensen, en de overigen zijn zeer bevreesd geworden, en hebben de God van de hemel heerlijkheid gegeven.

14Het tweede wee is weggegaan; zie, het derde wee komt haast.

15En de zevende engel heeft gebazuind, en er klonken grote stemmen in de hemel, zeggende: De koninkrijken van de wereld zijn geworden van onze Heere en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.

16En de vier en twintig ouderlingen, die voor God zitten op hun tronen, vielen neer op hun aangezichten, en aanbaden God,

17Zeggende: Wij danken U, Heere God almachtig, Die is, en Die was, en Die komen zal! dat U Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst;

18En de volken waren boos geworden, en Uw toorn is gekomen, en de tijd van de doden, om geoordeeld te worden, en om het loon te geven Uw dienaren, de profeten, en de heiligen, en van hen, die Uw Naam vrezen, de kleinen en de groten; en om te verderven degenen, die de aarde verdierven.

19En de tempel van God in de hemel is geopend geworden, en de ark van Zijn verbond is gezien in Zijn tempel; en er werden bliksemen, en stemmen, en donderslagen, en aardbeving, en grote hagel.