Openbaring 22
Lees Openbaring 22 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 De apostel wordt verder getoond een rivier van het water des levens, aan welks oever de boom des levens geplant was. 3 Enige andere eigenschappen van de inwoners van het nieuwe Jeruzalem worden beschreven. 6 Waarna het slot wordt gemaakt, met een betuiging van de waarheid en vastheid van deze visioenen en profetieën. 8 Johannes valt opnieuw neer voor de voeten van de engel en wordt andermaal daarover bestraft. 10 Waarna hij het bevel ontvangt dat hij de woorden van dit boek niet zal verzegelen, hoewel sommigen die zullen misbruiken tot hun zwaardere straf. 13 Christus verklaart dat hij de Alfa en de Omega is, en spreekt hen zalig die zijn geboden houden, en hen onzalig die gruwelen bedrijven. 16 En betuigt dat hij zijn engel gezonden heeft om deze Openbaring aan zijn gemeente te doen. 17 De Bruid van Christus verlangt naar zijn komst. 18 Waarna deze Openbaring wordt besloten met een dreiging tegen hen die hier iets aan toe of af zouden doen. 20 Christus betuigt opnieuw dat hij spoedig komen zal, en Johannes besluit zijn boek met de apostolische groet.
1En hij toonde mij een zuivere rivier van het water van het leven, klaar als kristal, voortkomende uit de troon van God, en van het Lam.
2In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde van de rivier was de boom van het leven, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijn vrucht; en de bladeren van de boom waren tot genezing van de heidenen.
3En geen vervloeking zal er meer tegen iemand zijn; en de troon van God en van het Lam zal daarin zijn, en Zijn dienaren zullen Hem dienen;
4En zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn.
5En daar zal geen nacht zijn, en zij zullen geen kaars noch licht van de zon nodig hebben; want de Heere God verlicht hen; en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheid.
6En hij zei tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig; en de Heere, de God van de heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden, om Zijn dienaren te tonen, wat haast moet gebeuren.
7Zie, Ik kom haastig; zalig is hij, die de woorden van de profetie van dit boek bewaart.
8En ik, Johannes, ben degene die deze dingen gezien en gehoord heeft. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen toonde.
9En hij zei tot mij: Zie, dat u het niet doet; want ik ben uw mededienstknecht, en uw broeders, van de profeten, en van degenen, die de woorden van dit boek bewaren; aanbid God.
10En hij zei tot mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet; want de tijd is nabij.
11Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde.
12En zie, Ik kom haastig; en Mijn loon is met Mij, om ieder te vergelden, zoals zijn werk zal zijn.
13Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste.
14Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan de boom van het leven, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.
15Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de ontuchtplegers, en de moordenaars, en de afgodendienaars, en een ieder die de leugen liefheeft, en doet.
16Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om u deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht van David, de blinkende Morgenster.
17En de Geest en de Bruid zeggen: Kom. En wie het hoort, zeg: Kom. En wie dorst heeft, kome; en wie wil, neme het water van het leven om niet.
18Want ik betuig aan een ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort: Als iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn.
19En als iemand afdoet van de woorden van dit boek van deze profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek van het leven, en uit de heilige stad, en uit wat in dit boek geschreven is.
20Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastig. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!
21De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.